Dommelstroom Interventie Team (DIT)

Het DIT is een interventieteam onder regie van de zes Dommelstroomgemeenten Cranendonck, Geldrop-Mierlo, Heeze-Leende, Nuenen, Son en Breugel en Valkenswaard. Het DIT voert controles uit bij panden en locaties waarvan het vermoeden bestaat dat er sprake is van misstanden of die niet voldoen aan wet- en regelgeving. Het team kijkt naar brandveiligheid, boekhouding, illegale bewoning, vergunningen, inschrijving Basisregistratie Personen (BRP), mensenhandel, prostitutie, drugs, sociale zekerheidsfraude en/of andere overtredingen. Het DIT werkt nauw samen met zorg- en welzijnsinstanties. 

DIT-convenant 
2026–2029 
tussen:
Gemeente Cranendonck 
Gemeente Geldrop-Mierlo 
Gemeente Heeze-Leende 
Gemeente Nuenen 
Gemeente Son en Breugel 
Gemeente Valkenswaard 
Politie Eenheid Oost-Brabant 
Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) 
Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) 
Openbaar lichaam Senzer 
Belastingsamenwerking Oost-Brabant (BSOB) 
Dienst Dommelvallei 
GR Samenwerking A2 gemeenten 

ONDERGETEKENDEN: 

  • Gemeenten: 
    De gemeente Cranendonck, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar 
    burgemeester, de heer F.A.P. van Kessel, handelend ter uitvoering van een besluit 
    van burgemeester en wethouders van 09 december 2025;
  • De gemeente Geldrop-Mierlo, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar 
    burgemeester, de heer J.C.J. van Bree, handelend ter uitvoering van een besluit van 
    burgemeester en wethouders van 25 november 2025;
  • De gemeente Heeze-Leende, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar 
    burgemeester, de heer T.M. Heldens, handelend ter uitvoering van een besluit van 
    burgemeester en wethouders van 25 november 2025;
  • De gemeente Nuenen, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar 
    burgemeester F.G.F van Genugten, handelend ter uitvoering van een besluit van 
    burgemeester en wethouders van 09 december 2025;
  • De gemeente Son en Breugel, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar 
    burgemeester, mevrouw S.M. Otters – Bruijnen handelend ter uitvoering van een 
    besluit van burgemeester en wethouders van 09 december 2025;
  • De gemeente Valkenswaard, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar 
    burgemeester, C.H.M. van Overdijk, handelend ter uitvoering van een besluit van 
    burgemeester en wethouders van 09 december 2025;
  • Politie Eenheid Oost-Brabant, basisteam Dommelstroom ten deze rechtsgeldig 
    vertegenwoordigd door teamchef, de heer J. Bastian;
  • Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO), ten deze rechtsgeldig 
    vertegenwoordigd door de directeur, mevrouw M. Wilms-Wils, voor zover het betreft 
    de wettelijke taken en de gemeenschappelijke taken die door de gemeenten zijn 
    overgedragen aan de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost;
  • Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB), ten deze rechtsgeldig 
    vertegenwoordigd door de interim directeur heer F.A.H. Piepers voor zover het 
    betreft de wettelijke taken en de gemeenschappelijke taken die door de gemeenten 
    zijn overgedragen aan de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant;
  • Openbaar lichaam Senzer, voor zover het betreft de gemeente Geldrop-Mierlo, ten 
    deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door de voorzitter, heer M.V. de Kort zoals 
    vastgesteld in artikel 17 van de gemeenschappelijke regeling die inwerking is 
    getreden op 1 januari 2023;
  • Belastingsamenwerking Oost-Brabant (BSOB), ten deze rechtsgeldig 
    vertegenwoordigd door de directeur, de heer E.M. van der Reijden, handelend ter 
    uitvoering van een besluit van het dagelijks bestuur op 01 december 2023.
  • Dienst Dommelvallei voor zover het betreft de gemeenten Geldrop-Mierlo, 
    Nuenen en Son en Breugel, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer 
    N. Kramer, handelend ter uitvoering van een besluit van het dagelijks bestuur van 
    besluit 10 november 2025;
  • GR Samenwerking A2 gemeenten, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door 
    mevrouw H. Steneker, voor zover het betreft de bedrijfsvoeringstaken en de 
    gemeenschappelijke taken die door de gemeenten Cranendonck, Heeze-Leende en 
    Valkenswaard zijn opgedragen aan de GR Samenwerking A2 gemeenten; 
    handelend ter uitvoering van het besluit van het bestuur van besluit 02 december 
    2025.
    Gezamenlijk aan te duiden als: ‘partijen c.q. convenantpartners’ 
    Overwegende dat, 


- er binnen het grensgebied van de deelnemende gemeenten sprake is van 
handhavingsknelpunten complexe (overlast)situaties en ondermijningszaken welke 
inzet vraagt van meerdere (convenant)partners en welke niet (duurzaam) zijn op te 
lossen zonder integrale samenwerking tussen verschillende partijen; 
- convenantpartners verschillende handhavende overheidstaken- en bevoegdheden en 
bijbehorende instrumenten tot hun beschikking hebben; 
- afzonderlijke handhavingsacties niet altijd even doelmatig zijn omdat zij slechts 
betrekking hebben op een deel van de problematiek; 
- door een integrale bestuurlijke aanpak de bovenstaande problematiek duurzaam wordt 
beëindigd; 
- via het Dommelstroom Interventie Team (DIT) samenwerking plaatsvindt binnen het 
gebied van het politie basisteam Dommelstroom bestaande uit de zes gemeenten, 
aangevuld met de Politie Eenheid Oost-Brabant, de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost 
(VRBZO), Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB), Senzer, Dienst Dommelvallei, 
GR Samenwerking A2 gemeenten en de Belastingsamenwerking Oost-Brabant (BSOB); 
- het DIT vanuit één coördinatiepunt gezamenlijk en integraal, probleemobjecten, -
subjecten, -gebieden en -thema’s aanpakt die de aandacht vragen van verschillende 
deelnemende partijen; 
- voor de samenwerking onderlinge informatie-uitwisseling noodzakelijk is; 
- voor zover er persoonsgegevens worden uitgewisseld, dit alleen gebeurt als daarvoor 
een rechtmatige grondslag bestaat en met inachtneming van de geldende 
privacyregelgeving zoals de AVG en Wpg; 
- de heffings- en invorderingsambtenaar ten aanzien van gegevensverstrekking beperkt 
wordt door het openbaarmakingsregime van de Wet WOZ en de 
geheimhoudingsverplichtingen van art. 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen 
en art. 67 van de Invorderingswet; 
- convenantpartners binnen het DIT vanuit hun bestuurlijke en/of strafrechtelijke 
bevoegdheden ook kennis en ervaring uitwisselen; 
- er behoefte is aan samenwerking op beleidsmatige (handhavings)thema’s. 

KOMEN HET VOLGENDE OVEREEN: 

DEEL 1 ALGEMEEN 

Artikel 1 Definities 

In dit convenant wordt verstaan dan wel mede verstaan onder: 
a. Actieprogramma DIT 
In het actieprogramma wordt de operatie vertaald naar de plannen van de gemeenten en 
andersom. Het programma is gebaseerd op de gemeentelijke plannen (Integraal 
veiligheidsplan, uitvoeringsprogramma handhaving) en op de regionale plannen 
(Uitvoeringsplan ondermijning Dommelstroom) en ontwikkelingen (andere 
interventieteams binnen de regio). Hieraan worden doelen gekoppeld, waardoor het 
resultaat beter geduid kan worden. En eventueel acties of thema’s die niet in het 
programma opgenomen zijn. Dit actieplan wordt via de omschreven governancestructuur 
voorbereid, behandeld en vastgesteld. 
b. Actieweken en -dagen 
Een (vooraf bepaalde) periode waarin integrale (thematische) controles plaatsvinden 
gecoördineerd door de DIT coördinator, waaraan per thema/of interventie noodzakelijke 
partijen aansluiten met het streven naar vier interventies per jaar per gemeente. 
c. AP: Autoriteit Persoonsgegevens 
Een zelfstandig bestuursorgaan die van rijkswege is ingesteld en toezicht houdt op de 
naleving van de wettelijke regels voor bescherming van persoonsgegevens. De AP ziet 
in dat kader ook toe op de correcte toepassing van de Algemene verordening 
gegevensbescherming (AVG) en aanverwante wetgeving en op de doorwerking van de 
gestelde normen in de praktijk. Daarnaast houdt de AP toezicht op de naleving van de 
Wet politiegegevens(Wpg). 
d. AVG Algemene verordening gegevensbescherming
e. AVO DIT Ambtelijk Voorbereidingsoverleg DIT
f. Basisteam programmaleider ondermijning Dommelstroom (BTPL) 
Opdrachtnemer van de basisteamdriehoek-plus en als ontkleurd programmaleider 
verantwoordelijk voor de integrale aanpak van ondermijning binnen het basisteam. 
g. Belastinggegeven: 
een gegeven dat door de heffings- en invorderingsambtenaar is of wordt verzameld, 
verwerkt en bewaard in het kader van de uitvoering van de belastingverordeningen en 
de Wet WOZ en beschermd wordt door het openbaarmakingsregime van de Wet WOZ, 
art. 67 AWR en art. 67 IW 
h. Bestand/dossier 
Elk gestructureerd geheel van persoonsgegevens, ongeacht of dit geheel van gegevens 
gecentraliseerd is of verspreid is op een functioneel of geografisch bepaalde wijze, dat 
volgens bepaalde criteria toegankelijk is en betrekking heeft op verschillende personen. 
i. Betrokkene 
Degene op wie een persoonsgegeven of een politiegegeven betrekking heeft. 
Pagina 5 van 23
DIT-convenant 2026–2029 
j. Bpg Besluit politiegegevens
k. Complexe (overlast)situatie 
Aanhoudende en veelzijdige vormen van overlast die worden veroorzaakt door een 
combinatie van factoren en waarbij meerdere betrokkenen nodig zijn voor een effectieve 
aanpak. 
l. DIT-coördinator 
Een functionaris die verantwoordelijk is voor de aansturing van het DIT en in dienst is 
van een (van de) gemeente(n) en door de andere gemeenten is benoemd tot 
onbezoldigd ambtenaar. Deze functionaris voert regie en bewaakt de voortgang van de 
werkzaamheden van het DIT rondom handhavingsacties van het DIT. 
m. DIT: Dommelstroom Interventie Team 
n. DIT-governance 
Overlegstructuur met betrekking tot het DIT op bestuurlijk en ambtelijk niveau van de 
Dommelstroomgemeenten. De governance bestaat uit de volgende overlegstructuren;
- Bestuurlijk overleg DIT 
- Managementoverleg DIT 
- AVO-DIT 
- Uitvoerend DIT 
o. Dommelstroomgemeenten 
De zes gemeenten binnen basisteam Dommelstroom, te weten de gemeenten 
Cranendonck, Geldrop-Mierlo, Heeze-Leende, Nuenen, Son en Breugel en 
Valkenswaard. 
p. Functionaris Gegevensbescherming (FG) 
De door een organisatie formeel aangewezen en bij de Autoriteit Persoonsgegevens 
geregistreerde functionaris, zoals bedoeld in artikel 37 van de AVG. De FG houdt 
onafhankelijk toezicht op de naleving van de privacywetgeving, adviseert de organisatie 
en is het officiële aanspreekpunt voor de Autoriteit Persoonsgegevens en betrokkenen. 
q. Gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken 
Natuurlijke personen of rechtspersonen, overheidsinstanties, diensten of andere 
organen die samen het doel van en de middelen voor de verwerking van 
persoonsgegevens vaststellen, zoals bedoeld in artikel 26 AVG. 
r. Handhavingsknelpunt 
Personen of groep personen, gebied of branche, waarover verschillende overheden of 
bestuursorganen signalen bereiken dat de vigerende regelgeving (structureel) niet wordt 
nageleefd, hetgeen mogelijk leidt tot een maatschappij-ondermijnende situatie, 
bestaande uit bestuursrechtelijk te sanctioneren gedragingen. 
s. Ondermijnende criminaliteit 
Een vorm van criminaliteit waarbij de grens tussen de bovenwereld (legale samenleving) 
en de onderwereld (criminele circuits) vervaagt. Het gaat om illegale activiteiten die 
invloed uitoefenen op legale structuren, zoals overheden, bedrijven of publieke 
instellingen, waardoor het gezag van de staat wordt ondermijnd. Het gaat dan 
bijvoorbeeld over crimineel gebruik van transport, opslag, informatie, vergunningen, 
locaties en geld. Hierdoor vervagen normen en neemt het gevoel van veiligheid en 
leefbaarheid af. Dit kan de rechtsstaat, economie en sociale samenhang ernstig 
schaden. 
t. Ondermijningszaak 
Dynamiek waarbij de onder- en bovenwereld verweven raken waardoor legale structuren 
worden misbruikt voor illegale criminele doeleinden. 
u. Persoonsgegeven 
Elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon, 
zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid AVG. 
v. Politiegegeven 
Elk persoonsgegeven dat wordt verwerkt in het kader van de uitvoering van de 
politietaak, als bedoeld in de artikelen 3 en 4 Politiewet 2012 en de Wet politiegegevens 
artikel 1 a, met uitzondering van: 
- de uitvoering van wettelijke voorschriften anders dan de Wet administratiefrechtelijke 
handhaving verkeersvoorschriften; 
- de bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000 opgedragen taken, bedoeld in artikel 1, 
eerste lid, onderdeel i, onder 1̊ en artikel 4, eerste lid, onderdeel f Politiewet 2012; zoals 
bedoeld in artikel 1, onder a Wpg. 
w. Privacy Officer 
De medewerker die binnen de organisatie verantwoordelijk is voor de privacy processen 
ziet erop toe dat de afspraken en regels over privacy worden nageleefd, geeft advies bij 
vragen over privacy en is aanspreekpunt voor medewerkers en betrokkenen. 
x. Ter beschikking stellen van politiegegevens 
Verstrekken van politiegegevens binnen het Wpg-domein. Dus aan personen die 
overeenkomstig de Wpg geautoriseerd zijn voor het verwerken van politiegegevens, 
voor zover zij deze nodig hebben voor de uitoefening van hun taak. 
y. UAVG: Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming 
z. Uitwisselen van persoonsgegevens 
Het over en weer verstrekken van persoonsgegevens tussen partijen onderling. 

aa. Verstrekken van politiegegevens buiten het Wpg-domein 
Het bekend maken of ter beschikking stellen van persoonsgegevens aan een andere 
partij buiten het Wpg-domein. 
Het bekend maken van politiegegevens aan derden, de Minister van Veiligheid en 
Justitie of samenwerkingsverbanden voor zwaarwegend algemeen belang met 
doeleinden: 
- Voorkomen en opsporen van strafbare feiten 
- Het handhaven van de openbare orde 
- Het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven 
- Het uitoefenen van toezicht op het naleven van regelgeving 
ab. Verwerken van persoonsgegevens 
Een verwerking of een geheel van bewerkingen met betrekking tot persoonsgegevens, 
al dan niet uitgevoerd via geautomatiseerde procedés, zoals het verzamelen, 
vastleggen, ordenen, structureren, opslaan, bijwerken of wijzigen, opvragen, 
raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiden of op 
andere wijze ter beschikking stellen, aligneren of combineren, afschermen, wissen of 
vernietigen van gegevens (artikel 4 AVG). 
ac. Verwerkingsverantwoordelijke 
Een natuurlijke persoon of rechtspersoon, een overheidsinstantie, een dienst of een 
Pagina 7 van 23
DIT-convenant 2026–2029 
ander orgaan die/dat, alleen of samen met anderen, het doel van en de middelen voor 
de verwerking van persoonsgegevens vaststelt, zoals bedoeld in artikel 4, zevende lid 
AVG, of genoemd in artikel 1, onder f Wpg of artikel 1, onder k Wet justitiële en 
strafvorderlijke gegevens. 
ad. Woo: Wet open overheid 
ae. Wpg: Wet politiegegevens 

DEEL 2 DOELEN EN KADERS 

Artikel 2 Doelstellingen 

De volgende doelstellingen zijn bepaald voor het DIT: 
1. Het hoofddoel van het DIT is het integraal uitoefenen van toezicht op en handhaving van 
wettelijke en lokale regelgeving, het voorkomen en signaleren van misstanden die een 
bedreiging vormen voor de openbare orde en veiligheid c.q. leefbaarheid en het 
handhaven van de openbare orde en veiligheid, ieder op basis van eigen toegekende 
wettelijke bevoegdheden en verantwoordelijkheden. 
2. Het vergroten van de leefbaarheid en veiligheid in de gemeenten door middel van het 
aanpakken van handhavingsknelpunten, complexe (overlast)situaties en 
ondermijningszaken.
3. Het, door de integrale aanpak, beperken tot een minimum van de frequentie van 
controles op een inrichting of pand en het ter plekke voorzien in de eigen 
informatiebehoefte van alle partners. 
Artikel 3 Kaders en uitgangspunten samenwerking 
1. Bij de samenwerking in het kader van het DIT zijn de volgende uitgangspunten van 
toepassing: 
a. Kennisdeling en expertise. Convenantpartners kunnen onderling kennis en 
ervaring met elkaar delen vooral wanneer ze te maken hebben met complexe of 
nieuwe vormen van handhaving. Hiermee kan mogelijk sneller tot een oplossing 
worden gekomen. 
b. Efficiëntie. Convenantpartners kunnen middelen zoals personeel en juridische 
expertise bundelen. Dit kan leiden tot een kostenbesparing vooral bij langdurige 
of grote handhavingszaken. Ook kunnen er gezamenlijk trainingen in het kader 
van deskundigheidsbevordering worden uitgevoerd of ICT-toepassingen 
gezamenlijk worden ingekocht. 
c. Samenwerking zorgt voor eenheid (dijken even hoog). De regels zijn in alle 
gemeenten hetzelfde en er wordt op eenzelfde manier op gehandhaafd 
d. Vergroten effectiviteit. Als de overtreding of het thema meerdere gemeenten of 
regio’s betreft is het effectiever om gezamenlijk op te treden. Door 
gecoördineerde controles uit te voeren en sneller te reageren kunnen de 
gemeenten effectiever werken. 
e. Politieke en maatschappelijke druk beter aanpakken. Door samen te werken 
kunnen gemeenten hun (bestuurlijke) belangen beter afstemmen en daarmee 
mogelijk de slagkracht in de uitvoering vergroten. 
Pagina 8 van 23
DIT-convenant 2026–2029 
f. Samen beleid ontwikkelen. Het gaat vaak om structurele problemen (bijv. 
misstanden arbeidsmigranten), gemeenten kunnen dan samen beleid 
ontwikkelen dat in staat is om deze problemen op te lossen of afspraken maken 
over welke capaciteit of prioriteit ergens aan gegeven wordt. 
2. Er wordt gewerkt met een jaarlijks actieprogramma DIT. Het programma is 
gebaseerd op de gemeentelijke plannen (Integraal veiligheidsplan, 
uitvoeringsprogramma handhaving) en op de regionale plannen (uitvoeringsplan 
ondermijning Dommelstroom) en ontwikkelingen (andere interventieteams). Hieraan 
worden doelen worden gekoppeld, waardoor het resultaat beter geduid kan worden. 
3. Het uitvoeringsprogramma van de eigen gemeente vormt de basis voor de 
samenwerking, inzet binnen het DIT-verband en het actieprogramma DIT. 

DEEL 3 SAMENWERKING 

Artikel 4 Het DIT en de werkwijze 

1. De convenantpartners werken samen binnen het DIT. Dit gebeurt door het inzetten van 
een professioneel en effectief handhavingsnetwerk. 
2. De samenwerking binnen het DIT omvat: 
a. het onderling delen van signalen of aanwijzingen van (dreigende) overtredingen, 
handhavingsknelpunten, complexe (overlast)situaties en ondermijningszaken. 
b. het opstellen en uitvoeren van een jaarlijks actieprogramma DIT. 
c. het gezamenlijk bepalen van prioriteiten bij aan te pakken kwesties of misstanden 
door middel van het actieprogramma; 
d. het doen van beleidsvoorstellen aan de convenantpartners om overtredingen van 
wet- en regelgeving te voorkomen of terug te dringen; 
e. het benutten van elkaars ervaring, kennis en expertise. 
3. De samenwerking als genoemd in het vorige lid vindt plaats op basis van ieders eigen 
wettelijke taken en bevoegdheden en verplichtingen en is beperkt tot het grondgebied 
van de deelnemende gemeenten. Dit betreft de gemeente waar de concrete casus 
betrekking op heeft. 
4. Iedere convenantpartner verplicht zich ertoe een gekwalificeerde medewerker te laten 
deelnemen aan de DIT-overleggen. Dit is zoveel mogelijk een vaste deelnemer, gelet op 
de continuïteit en de noodzakelijke samenwerking binnen het team. Deze medewerker is 
vanuit de eigen organisatie gemachtigd om zelfstandig werkafspraken per casus te 
kunnen maken. 
5. Het DIT wordt aangestuurd door een DIT-coördinator, zoals nader omschreven in de 
Dienstverleningsovereenkomst DIT-coördinator . In artikelen 6 tot en met 8 wordt een 
nadere omschrijving gegeven van de rol, taak en aansturing van de DIT-coördinator. De 
DIT-coördinator is in dienst van een (van de) gemeente(n) en door de andere 
gemeenten benoemd tot onbezoldigd gemeenteambtenaar. 
6. De informatie en signalen die de DIT-coördinator vanuit zijn rol krijgt worden direct 
gedeeld met de betreffende gemeente waar de informatie betrekking op heeft. 

Artikel 5 Governance DIT 

1. De governance met betrekking tot het DIT is nader uitgewerkt en omvat de volgende 
overlegstructuren: 
a. Bestuurlijk DIT overleg 
b. Management DIT overleg 
c. AVO DIT overleg 
d. Uitvoerend DIT-overleg 
2. Tijdens uitvoerend DIT-overleg van de deelnemende partners worden concrete 
werkafspraken per casus gemaakt over de uitvoering van individuele of gezamenlijke 
handhavingsactiviteiten. Convenantpartners verplichten zich ertoe om alle 
werkzaamheden te verrichten die voortvloeien uit de gemaakte werkafspraken. 
3. Iedere partner draagt er zorg voor dat de medewerkers die deelnemen aan het DIT 
beschikken over de wettelijke bevoegdheden om die werkzaamheden rechtmatig te 
kunnen verrichten. Zo nemen zij de noodzakelijke in mandaat te nemen besluiten met 
inachtneming van beperkingen, restricties en aanwijzingen die voortvloeien uit de 
mandaatregeling. 
4. Iedere convenantpartner is zelf eindverantwoordelijk voor het optreden van het DIT bij 
de aanpak van overtredingen in een concrete casus waarvoor zij het bevoegde gezag is 
en dat plaatsvindt binnen de wettelijke kaders, zoals bedoeld in artikel 4, lid 3. 

Artikel 6 Rol en taak DIT-coördinator 

De DIT-coördinator heeft de volgende taak/rol: 
a. Coördineren van actieweken/dagen: de DIT-coördinator overziet de acties en 
brengt de deelnemers in positie. De DIT-coördinator zorgt er voor dat de juiste 
mensen de juiste dingen doen. 
b. Signaleren van trends en meedenken over hoe dit kan worden geborgd in beleid 
en uitvoering. 
c. Coördineren, verbinden op alle niveaus; strategisch, tactisch en operationeel. 
d. Verbinden en netwerken. 
e. Politieke sensitiviteit / tact op alle niveaus van de governance. 
f. Regie voeren over het netwerk en de samenwerking. 

Artikel 7 Rol en taak DIT-coördinator ten aanzien van governance DIT 

Ten aanzien van de governance van het DIT heeft de DIT-coördinator de volgende rol: 
a. Bestuurlijke overleggen: de DIT-coördinator is secretaris van het overleg met de 
zes burgemeesters. 
b. Het AVO DIT: de DIT-coördinator is voorzitter en secretaris van het ambtelijk 
overleg. 
c. Managementoverleg over het DIT: de DIT-coördinator is secretaris en voorzitter. 
d. De uitvoeringsoverleggen: de DIT-coördinator is voorzitter en secretaris. 

Artikel 8 Positionering en aansturing DIT-coördinator 

Voor wat betreft de aansturing en de positionering van de DIT-coördinator gelden de 
volgende uitgangspunten: 
a. De DIT-coördinator werkt zoveel mogelijk bij de verschillende gemeenten.
b. De verschillende overleggen vinden bij verschillende gemeenten plaats.
c. De DIT-coördinator valt functioneel onder de managers van de zes gemeenten 
en er is één manager verantwoordelijk voor de dagelijkse aansturing.

Artikel 9 Financiën 

1. Convenantpartners dragen ieder zelf de eigen kosten van de samenwerking, de 
informatie-uitwisseling en de uitvoering. 
2. Tenzij anders wordt overeengekomen, zijn convenantpartners voor de uitvoering 
van dit convenant geen vergoeding aan elkaar verschuldigd. 
3. De kosten van de DIT-coördinator, administratieve ondersteuning en facilitaire 
kosten worden gezamenlijk gedragen door de gemeenten. Ten behoeve van de 
personele kosten is een dienstverleningsovereenkomst opgesteld. 
4. Voor de als gevolg van de werkzaamheden op grond van dit convenant 
gegenereerde opbrengsten geldt dat deze hun normale, door de wetgever beoogde 
bestemming volgen. 
5. De convenantpartners dragen zorg voor professionaliteitsbevordering van de 
medewerkers die zij afvaardigen in het DIT. De kosten van noodzakelijke opleiding 
inclusief bijkomende kosten komen voor rekening van de convenantpartner waar de 
werknemer in dienst is. 

Artikel 10 Resultaatmeting, evaluatie, bewaking en voortgangsrapportage 

1. Convenantpartners zijn ieder zelf verantwoordelijk voor de resultaatmeting, 
bewaking en beheersing van hun eigen activiteiten in het kader van dit convenant. 
Deze maken zo nodig deel uit van de eigen reguliere evaluaties. Wel zorgen de 
convenantpartners voor het delen van deze resultaatmetingen met de andere 
convenantpartners. 
2. De DIT-coördinator maakt jaarlijks een rapportage (verslag en verantwoording) voor de 
convenantpartners over de resultaten in relatie tot de doelstellingen in het 
actieprogramma. 
3. Convenantpartners verplichten zich ertoe elkaar in kennis te stellen van de 
voortgang van de uit DIT voortvloeiende acties en processen inclusief privacy 
gerelateerde aangelegenheden. Deze afstemming vindt plaats in de reguliere 
governance structuur van alle deelnemende partners. 
4. Naar aanleiding van de jaarlijkse rapportage kan het convenant met instemming van alle 
convenantpartners tussentijds worden gewijzigd of geactualiseerd. 

Artikel 11 Informatie-uitwisseling 

1. Convenantpartners verplichten zich over en weer met inachtneming van de 
geldende wet- en regelgeving die informatie te verstrekken die nodig is om de 
samenwerking effectief en efficiënt te laten verlopen. 
2. Informatie-uitwisseling vindt plaats binnen de geldende wettelijke kaders en 
aanwending van deze gegevens vindt uitsluitend plaats ten behoeve van een goede 
vervulling van de publieke taak of wettelijke verplichting van convenantpartners. 
3. Convenantpartners houden zich bovendien aan de hieronder in deel 3 opgenomen 
artikelen over de wijze van verstrekking van informatie. 

Artikel 12 Geheimhouding 

1. De convenantpartners zijn verplicht tot geheimhouding van de in het kader van dit 
samenwerkingsverband ontvangen gegevens, over al hetgeen waarvan 
redelijkerwijs is aan te nemen dat bekendmaking daarvan de belangen van een 
andere deelnemende partij kan schaden, behoudens voor zover de uitvoering van 
de taak met het oog waarop de gegevens zijn verkregen tot het ter kennis brengen 
daarvan noodzaakt. 
2. De convenantpartners verbinden zich ten opzichte van elkaar om informatie die zij 
hebben ontvangen niet zonder uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van de 
verstrekkende deelnemende partij door te verstrekken aan anderen dan de 
deelnemende partijen. 
3. Eenieder die betrokken is bij de uitvoering van dit convenant en daarbij de 
beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of 
redelijkerwijs moet vermoeden en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep 
of wettelijk voorschrift een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding 
behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit 
zijn taak bij de uitvoering van dit convenant voortvloeit. 

Artikel 13 Veiligheidsaspecten 

1. Bij het beletten of belemmeren van uitvoeringshandelingen, het plegen van 
wederspannigheid of andere strafbare feiten jegens één of meer medewerkers van 
een convenantpartner die werkzaamheden verricht op grond van dit convenant, 
maakt de betreffende medewerker melding bij zijn of haar werkgever. Vervolgens 
instrueert de betreffende convenantpartner de eigen medewerker om daarvan 
aangifte te doen bij de politie. 
2. De politie neemt de aangifte, waar mogelijk, met voorrang in behandeling ten 
behoeve van een eventueel opsporingsonderzoek. 
3. Convenantpartners en hun medewerkers volgen daarnaast de afspraken zoals opgenomen in de eigen (lokale of landelijke) agressie- en geweldsprotocollen ten 
behoeve van overheidspersoneel. 

Artikel 14 Bevoegdheden

Medewerkers van de convenantpartners worden uitsluitend ingezet voor het verrichten van 
de werkzaamheden waarvoor zij zijn aangesteld en ten aanzien waarvan zij over de 
bevoegdheden beschikken. 

Artikel 15 Aansprakelijkheid

1. Convenantpartners zijn volledig aansprakelijk voor eigen medewerkers die tijdens of in 
verband met de werkzaamheden in verband van het DIT direct of indirect schade lijden, 
dan wel slachtoffer worden van een strafbaar feit, tenzij hierover schriftelijk andere 
afspraken zijn gemaakt. 
2. Aansprakelijkheid voor door derden geleden schade welke veroorzaakt wordt door het 
feitelijk handelen van medewerkers gedurende of in verband met een DIT-activiteit wordt 
gedragen door de convenantpartner waar de medewerker in dienst is. In de situatie dat 
meerdere medewerkers veroorzaker zijn, worden de kosten van de aansprakelijkheid in 
gelijke mate over de betrokken convenantpartners verdeeld. Aansprakelijkheid voor 
schade die direct of indirect het gevolg is van het uitoefenen van toezichthoudende 
bevoegdheden en het verrichten van rechtshandelingen (anders dan feitelijk handelen), 
berust bij de convenantpartner namens wie en onder wiens verantwoordelijkheid die 
worden uitgeoefend respectievelijk verricht. 
3. Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel, sluiten 
convenantpartners aansprakelijkheid tegenover elkaar voor materiële schade op grond 
van deze overeenkomst uit tenzij er sprake is van opzet, grove schuld of grove 
nalatigheid of in geval de AP een boete oplegt die kan worden toegerekend aan één of 
meerdere veroorzakers van een schending van privacywetgeving maar die aan een 
willekeurige convenantpartner is opgelegd (zie artikel 22, vierde lid van dit convenant). 
4. Een betrokkene die materiële of immateriële schade heeft geleden ten gevolge van een 
inbreuk op de voor de partijen van toepassing zijnde privacyregelgeving, heeft het recht 
van de verwerkingsverantwoordelijke schadevergoeding te ontvangen voor de geleden 
schade. 

Artikel 16 Signaleren van belemmeringen 

Wanneer naar de mening van een of meer convenantpartners de wettelijke kaders de 
samenwerking of de informatieverstrekking in de weg staan, leggen zij dit voor aan de 
betrokken organisatie(s). Voorbehouden die de aangesproken organisatie maakt uit 
hoofde van de privacyregelgeving worden altijd door de overige convenantpartners 
gerespecteerd. 

Artikel 17 Communicatie 

1. De externe communicatie geschiedt door de DIT-coördinator in samenspraak met de 
burgemeester van de betreffende gemeente(n) en indien nodig met de basisteam 
programmaleider ondermijning Dommelstroom en waar nodig in afstemming met de 
afdeling communicatie van de politie en het Openbaar Ministerie. Andere 
convenantpartners zullen geen openbare publicaties of op enig andere manier dan 
ook extern melding maken van de op grond van dit convenant verrichte 
werkzaamheden, activiteiten en/of behaalde resultaten, tenzij zij daartoe verplicht 
zijn op grond van de Woo en de AVG en Wpg inzageverzoeken. 
2. Voor zover sprake is van een verplichting als bedoeld in het vorige lid, brengt de 
betreffende convenantpartner eventueel andere betrokken convenantpartners hiervan 
onmiddellijk op de hoogte, tenzij dit wettelijk gezien niet is toegestaan.

DEEL 4 PRIVACY 

Artikel 18 Geheimhoudingsplicht in relatie tot privacy 

1. Voor zover convenantpartners daartoe wettelijk al niet verplicht zijn, leggen zij aan 
hun deelnemers en andere medewerkers de plicht tot geheimhouding op. Deze 
plicht strekt zich uit tot geheimhouding van persoons- en/of politiegegevens waarvan 
de medewerkers kennis nemen tijdens hun overleggen en werkzaamheden voor het 
DIT, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot mededeling verplicht of 
uit hun taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit. 
2. Indien de verwerker op grond van een wettelijke verplichting gegevens dient te 
verstrekken, zal de verwerker de grondslag en de identiteit van de verzoeker 
verifiëren en zal de verwerker de verwerkingsverantwoordelijke onmiddellijk, 
voorafgaand aan de verstrekking, ter zake informeren, tenzij wettelijke bepalingen 
dit verbieden. 
3. Op verstrekte politiegegevens blijft de geheimhoudingsplicht uit artikel 7 Wpg van 
toepassing. 
4. Doorverstrekking van persoonsgegevens (niet zijnde politiegegevens) vindt alleen 
plaats indien verenigbaar met het doel waarvoor de gegevens zijn verzameld onder 
gelijkluidende geheimhouding en beveiligingsvoorwaarden welke bij verstrekking 
overeengekomen zijn. Dit geldt, conform artikel 23, lid 1 onder d, AVG, ook voor de 
uitoefening van de rechten van betrokkenen onder de AVG. 
5. De convenantpartners onderkennen dat de Wpg een gesloten verstrekkingen regime 
kent. Indien bij een convenantpartner enig verzoek wordt ingediend welke ziet op 
openbaarmaking van gegevens (op grond van de Woo), dan dienen bij de 
beoordeling van dit verzoek, de Wpg gegevens buiten beschouwing gelaten te 
worden. In dit soort gevallen stuurt de convenantpartner, het Woo-verzoek op dit 
punt door naar de politie ter afwikkeling. 

Artikel 19 Doel van de verwerking van persoonsgegevens 

1. De politie verwerkt politiegegevens voor zover dat noodzakelijk is voor de invulling 
van de politietaak, zoals neergelegd in artikel 3 Politiewet 2012. De grondslag voor 
verwerking van politiegegevens is gelegen in de Wpg. De grondslag voor structurele 
verstrekking van artikel 8 en artikel 13- politiegegevens aan convenantpartners in 
het samenwerkingsverband, is gelegen in artikel 20 Wpg. Dit is door de politie nader 
vastgelegd in de artikel 20 Wpg beslissing ‘DIT-convenant 2026–2029’. 
2. De burgemeester van de betreffende deelnemende gemeente verwerkt en verstrekt 
persoonsgegevens voor zover dit noodzakelijk is om te voldoen aan de wettelijke 
verplichting op grond van artikel 6, lid 1 onder c, AVG, of voor de vervulling van een 
taak van algemeen belang of van een taak in het kader van uitoefening van het 
openbaar gezag dat aan hem is opgedragen op grond van artikel 6, lid 1 onder e 
AVG. 
3. Het college van burgemeester en wethouders van de betreffende deelnemende 
gemeente verwerkt en verstrekt persoonsgegevens, voor zover dit noodzakelijk is 
om te voldoen aan de wettelijke verplichting op grond van artikel 6, lid 1 onder c, 
AVG, of voor de vervulling van een taak van algemeen belang of van een taak in het 
kader van uitoefening van het openbaar gezag dat aan hem is opgedragen op grond 
van artikel 6, lid 1 onder e AVG. 
4. De Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) verwerkt en verstrekt 
persoonsgegevens voor zover dit noodzakelijk is om te voldoen aan de wettelijke 
verplichting op grond van artikel 6, lid 1 onder c, AVG, of voor de vervulling van een taak 
van algemeen belang of van een taak in het kader van uitoefening van het openbaar 
gezag dat aan hem is opgedragen op grond van artikel 6, lid 1 onder e, AVG. 
5. Senzer verwerkt en verstrekt persoonsgegevens voor zover dit noodzakelijk is om te 
voldoen aan de wettelijke verplichting op grond van artikel 6, lid 1 onder c, AVG 
waaronder de uitvoering van de Participatiewet en aanverwante wet- en regelgeving 
zoals dit aan Senzer is gedelegeerd door het college van de gemeente GeldropMierlo. 
6. Samenwerking A2 gemeenten verwerkt en verstrekt persoonsgegevens voor zover 
dit noodzakelijk is om te voldoen aan de wettelijke verplichting op grond van artikel 
6, lid 1 onder c, AVG waaronder de uitvoering van de Participatiewet en 
aanverwante wet- en regelgeving zoals dit aan de Samenwerking A2 gemeenten is 
gedelegeerd door het college van de gemeenten Cranendonck, Heeze-Leende en 
Valkenswaard. 
7. Dienst Dommelvallei verwerkt en verstrekt persoonsgegevens voor zover dit 
noodzakelijk is om te voldoen aan de wettelijke verplichting op grond van artikel 6, 
lid 1 onder c, AVG waaronder de uitvoering van de Participatiewet en aanverwante 
wet- en regelgeving zoals dit aan de dienst Dommelvallei is gedelegeerd door het 
college van de gemeenten Nuenen en Son en Breugel. 
8. Belastingsamenwerking Oost-Brabant (BSOB) verwerkt en verstrekt 
persoonsgegevens voor zover dit volgt uit de aan haar op- c.q. overgedragen taak 
als uitvoerder van belastingverordeningen en wetgeving, rekening houdend met de 
daaraan gekoppelde geheimhoudingsverplichtingen als onder meer opgenomen in 
artikel 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 67 van de 
Invorderingswet 1990. 
9. Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) – verwerkt en verstrekt 
persoonsgegevens voor zover dit noodzakelijk is om te voldoen aan de wettelijke 
verplichting op grond van artikel 6, lid 1 onder c, AVG, of voor de vervulling van een taak 
van algemeen belang of van een taak in het kader van uitoefening van het openbaar 
gezag dat aan hem is opgedragen op grond van artikel 6, lid 1 onder e, AVG. De 
grondslag voor structurele verstrekking van artikel 8- en artikel 13 politiegegevens 
aan convenantpartners in het samenwerkingsverband, is gelegen in artikel 20 Wpg. 
10. De doeleinden uit artikel 2 dragen bij aan: 
a. het voorkomen en beëindigen verstoringen van de openbare orde (overlast in de 
breedste zin van het woord); 
b. het voorkomen en beëindigen van strafbare feiten; 
c. het uitoefenen van toezicht op het niet naleven van wet- regelgeving; 
d. het voorkomen en beëindigen van ondermijnende criminaliteit. 
Dit alles wordt gezien als een algemeen zwaarwegend belang. 

Artikel 20 Gegevensuitwisseling 

1. De verstrekking aan en uitwisseling van persoonsgegevens door convenantpartners 
vindt plaats met inachtneming van de voor iedere convenantpartner toepasselijke 
wettelijke regelingen en alleen voor zover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van 
het convenant. De convenantpartners zijn zelfstandig verantwoordelijk voor hun 
verwerkingsregister. 
2. Verwerkingen dienen periodiek ter controle aangeboden te worden aan de vooraf 
aangewezen Privacy Officer of Functionaris Gegevensbescherming van een van de 
convenantpartners. 
3. De politie kan de navolgende politiegegevens verstrekken: 
a. NAW gegevens; 
b. geboortedatum; 
c. BSN, voor zover hiervoor een wettelijke verplichting bestaat of het overeenkomt 
met het doel van de wet; 
d. geslacht; 
e. telefoonnummer; 
f. kentekens; 
g. aard en omvang van de (vermeende) niet-naleving van regelgeving. 
De politie verstrekt deze politiegegevens alleen aan de gemeenten met uitsluiting 
van de andere convenantpartners. 
4. De gemeenten kunnen de volgende gegevens verstrekken indien noodzakelijke 
subsidiariteit en proportionaliteit dit vereist: voor de gevoelige en bijzondere 
persoonsgegevens wordt dit aangetoond en vastgelegd: 
a. NAW gegevens; 
b. geboortedatum; 
c. BSN (gevoelig persoonsgegeven), voor zover hiervoor een wettelijke 
verplichting bestaat of het overeenkomt met het doel van de wet; 
d. geslacht (bijzonder persoonsgegeven); 
e. telefoonnummer; 
f. kentekens (gevoelig persoonsgegeven; 
g. aard en omvang van de (vermeende) niet-naleving van regelgeving. 
5. Het Openbaar Lichaam Senzer kan de volgende gegevens verstrekken: 
a. NAW gegevens; 
b. geboortedatum; 
c. BSN, voor zover hiervoor een wettelijke verplichting bestaat of het overeenkomt 
met het doel van de wet; 
d. geslacht; 
e. telefoonnummer; 
f. kentekens; 
g. aard en omvang van de (vermeende) niet-naleving van regelgeving. 
6. De GR Samenwerking A2 gemeenten kan de volgende gegevens verstrekken: 
a. NAW gegevens; 
b. geboortedatum; 
c. BSN, voor zover hiervoor een wettelijke verplichting bestaat of het overeenkomt 
met het doel van de wet; 
d. geslacht; 
e. telefoonnummer; 
f. kentekens; 
g. aard en omvang van de (vermeende) niet-naleving van regelgeving 
7. De Dienst Dommelvallei kan de volgende gegevens verstrekken: 
a. NAW gegevens; 
b. geboortedatum; 
c. BSN, voor zover hiervoor een wettelijke verplichting bestaat of het overeenkomt 
met het doel van de wet; 
d. geslacht; 
e. telefoonnummer; 
f. kentekens; 
g. aard en omvang van de (vermeende) niet-naleving van regelgeving. 
8. De Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost kan de volgende gegevens verstrekken: 
a. NAW gegevens; 
b. aard en omvang van de (vermeende) niet-naleving van regelgeving. 
9. De Belastingsamenwerking Oost-Brabant kan de navolgende gegevens verstrekken: 
a. NAW gegevens; 
b. aard en omvang van de (vermeende) niet-naleving van regelgeving. 
10. De Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant kan de volgende gegevens verstrekken: 
a. NAW gegevens; 
b. aard en omvang van de (vermeende) niet-naleving van regelgeving. 
11. Het verstrekken van persoonsgegevens geschiedt mondeling of schriftelijk of via 
(beveiligde) e-mail. 
12. Naar aanleiding van het DIT-overleg worden persoonsgegevens digitaal vastgelegd 
in de vorm van werkafspraken per adres/pand. Hierbij worden uitsluitend de 
volgende gegevens van de betrokkenen vastgelegd en verwerkt: 
a. NAW gegevens; 
b. telefoonnummer; 
c. geboortedatum; 
d. BSN, voor zover hiervoor een wettelijke verplichting bestaat of overeenkomt met 
het doel van de wet; 
e. kentekens; 
f. (anonieme) meldingen over overlastgegevens pand/bedrijf, niet zijnde 
persoonsgegevens; 
g. gegevens over door partijen gemaakte werkafspraken ter uitvoering van de in 
artikel 1 genoemde doelstellingen maar niet zijnde inhoudelijke of 
persoonsgegevens; 
h. actiegegevens. 
13. De persoonsgegevens worden opgenomen in gezamenlijke werkafspraken en 
worden verder opgeslagen in het geautomatiseerde systemen van iedere 
convenantpartner afzonderlijk. Politiegegevens die aan het samenwerkingsverband 
zijn verstrekt, worden gescheiden van andere persoonsgegevens (AVG) opgeslagen. 
14. Convenantpartners verwerken de persoonsgegevens van de betrokkene uitsluitend 
voor zover dat noodzakelijk is voor de doeleinden als bedoeld in artikel 1 en in 
overeenstemming met de toepasselijke wettelijke regelingen, waaronder in ieder 
geval begrepen de geheimhoudingsplichten die voor partijen gelden. 
15. Convenantpartners kunnen de uitgewisselde persoonsgegevens van de betrokkene 
verder verwerken, voor zover die verwerking verenigbaar is met het doel als bedoeld 
in artikel 1 en voor zover noodzakelijk voor de goede uitoefening van de taak van de 
desbetreffende partij ná uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van de 
verstrekkende deelnemende partij. 
16. Ten behoeve van beschrijvende evaluatieve en onderzoeksmatige doeleinden 
inzake het integraal optreden worden geen persoonsgegevens gebruikt. 

Artikel 21 Verwerkingsverantwoordelijke 

1. Partijen zijn gezamenlijk verwerkingsverantwoordelijken als bedoeld in artikel 26 
lid 1 AVG m.u.v. de politie die deelneemt vanuit haar politietaak waarbij haar 
bijdrage altijd valt onder de Wpg, voor de verwerking van persoonsgegevens in 
het kader van de samenwerking, waaronder het voeren, van overleg c.q. 
verslaglegging en het opstellen van het dossier. De afspraken in dit convenant 
zijn te zien als de noodzakelijke afspraken die in artikel 26 lid 1 van de AVG 
bedoeld worden, m.u.v. voor de politie die deze noodzakelijke afspraken vastlegt 
op basis van artikel 20 Wpg. De gegevens die door de politie gedeeld worden, 
mogen door de ontvangers verder verwerkt worden onder de AVG op grond van 
artikel 6 lid 1 onder c of e AVG. 
2. Partijen zijn zelfstandig verwerkingsverantwoordelijk voor de rechtmatige 
verwerking en verstrekking van persoonsgegevens, in of uit de eigen 
gegevensbestanden daar waar het de uitoefening van de eigen taken binnen de 
samenwerking betreft. 

Artikel 22 Meldplicht datalekken en beveiligingsincidenten 

1. Convenantpartners informeren elkaar zo spoedig mogelijk – doch uiterlijk binnen 24 
uur na de eerste ontdekking – over alle (vermoedelijke) inbreuken op de beveiliging 
alsmede andere incidenten die op grond van wetgeving moeten worden gemeld aan 
de toezichthouder en/of betrokkene en waar persoonsgegevens in het kader van 
uitvoering van de hoofdovereenkomst bij betrokken zijn. 
2. Convenantpartners verschaffen elkaar, met inachtneming van hun eigen 
procedures, alle inlichtingen over (vermoedelijke) inbreuken op de beveiliging van 
persoonsgegevens die noodzakelijk zijn om het incident te kunnen beoordelen. De 
gemeenten maken daarbij gebruik van het formulier datalekken van de AP. De 
overige convenantpartners houden zich aan de eigen procedure datalekken. 
3. De Functionaris Gegevensbescherming of Privacy Officer van de organisatie waar 
zich het (beveiligings)incident datalek voordoet of openbaart, doet als 
verwerkingsverantwoordelijke melding conform artikel 33 en 34 AVG of artikel 33a 
Wpg (wanneer het politiegegevens betreft), aan de toezichthouder en -indien nodigaan betrokkene 
4. Eventuele kosten die gemaakt worden om het datalek op te lossen en in de 
toekomst te kunnen voorkomen, komen voor rekening van diegene bij wie de 
oorzaak van het datalek ligt. In de situatie dat de oorzaak van het datalek niet aan 
één of meerdere convenantpartners kan worden toegerekend, dragen alle 
convenantpartners in gelijke mate bij aan de kosten. Deze regeling geldt eveneens 
voor een boete die de AP oplegt of bij een schadeclaim in verband met schending 
van de privacywetgeving. 
5. In geval van een (vermoedelijke) inbreuk op de beveiliging treden 
convenantpartners met elkaar in overleg over het informeren van politiek 
verantwoordelijken en eventuele andere instanties. Indien de situatie zich voordoet 
neemt de DIT-coördinator hierin het initiatief. 

Artikel 23 Beveiliging en rechtstreekse toegang 

1. Convenantpartners zijn ieder afzonderlijk verantwoordelijk voor hun eigen dossiers. 
2. Conform artikel 32 AVG respectievelijk artikel 4a Wpg beveiligen convenantpartners 
de persoonsgegevens adequaat en treffen daartoe de nodige passende 
maatregelen. 
3. Deze maatregel betreft in ieder geval beveiligde elektronische uitwisseling van 
gegevens, minimaal door encryptie en andere vormen van beveiliging, waarbij 
uitlekken van gegevens wordt gesignaleerd en gegevens niet direct leesbaar zijn 
voor derden. 
4. Convenantpartners verwerken de persoonsgegevens in het kader van dit convenant 
uitsluitend binnen het grondgebied van de Europese Economische Ruimte (EER). 

Artikel 24 Rechten van de betrokkene 

1. De betrokkene kan bij de verantwoordelijke convenantpartners een verzoek 
indienen als bedoeld in hoofdstuk III van de AVG. 
2. De wijze waarop de betrokkene deze rechten kan uitoefenen is beschreven in 
hoofdstuk III van de AVG en in artikel 25 tot en met 28 van de Wpg en deze 
bepalingen worden dienovereenkomstig nagekomen. 
3. Indien betrokkene een verzoek op basis van Rechten van de betrokkene bij een 
convenantpartner indient, welke ziet op politiegegevens, dan zorgt de ontvangende 
convenantpartner dat dit verzoek wordt doorgestuurd naar de betreffende partij die 
de politiegegevens heeft verstrekt, dit kan een BOA zijn of de politie ter afhandeling 
van haar deel. Partijen die gegevens verwerken onder het regime van de Wpg kunnen 
een verzoek geheel of gedeeltelijk afwijzen voor zover dat noodzakelijk en evenredig is 
ter waarborging van het bepaalde in artikel 27, eerste lid Wpg. 
4. Om ervoor te zorgen dat personen en organisaties bekend worden met de 
gegevensuitwisseling in het kader van dit samenwerkingsverband wordt dit 
convenant door de deelnemende partijen gepubliceerd op hun website en/of op 
andere wijze openbaar gemaakt. Daarbij wordt tevens vermeld op welke wijze de 
rechten van de betrokkene kunnen worden uitgeoefend. 

Artikel 25 Bewaren en verwijderen van opgenomen persoonsgegevens 

1. De convenantpartners bewaren persoonsgegevens niet langer dan noodzakelijk is 
voor het doel of de doeleinden en voor zover de Archiefwet niet anders bepaalt. 
Voor de politie gelden de bewaartermijnen zoals gesteld in de Wpg met 
ingangsdatum de dag van eerste verwerking binnen het domein alwaar ze in 
oorsprong verwerkt zijn (eerste verwerking). 
2. De convenantpartners bewaren geen persoonsgegevens langer, indien benodigd 
voor statistische of wetenschappelijke doeleinden worden deze in een niet tot de 
betrokkene herleidbare vorm gezet. 

Artikel 26 Informatieplicht 

Iedere verwerkingsverantwoordelijke is individueel verplicht de betrokkene te informeren 
over de verwerking van zijn persoonsgegevens conform het bepaalde in artikel 13 AVG, 
tenzij sprake is van een uitzondering zoals genoemd in artikel 14, vijfde lid AVG, dan 
wel artikel 41, eerste lid UAVG en met uitzondering van Politiegegevens. 

DEEL 5 SLOTBEPALINGEN 

Artikel 27 Toetreding, uittreding en opheffing 

1. Dit convenant staat open voor toetreding door andere (overheids)instellingen die 
dezelfde doelstellingen nastreven als de convenantpartners. De gegadigde partij 
Pagina 19 van 23
DIT-convenant 2026–2029 
dient daartoe via de DIT-coördinator een schriftelijke aanvraag in om toe te treden 
tot dit convenant. Na instemming van alle convenantpartners treedt de nieuwe 
partner toe via ondertekening van een addendum bij dit convenant en de hieruit 
voortkomende verplichtingen. 
2. Convenantpartners zijn gerechtigd om op elk moment gedurende de looptijd van dit 
convenant hun deelname eenzijdig te beëindigen door op te zeggen. 
3. Opzegging dient schriftelijk te geschieden. De te hanteren opzegtermijn bedraagt 
tenminste twee (2) maanden. 
4. De opzeggende convenantpartij voldoet tot aan het moment van uittreding aan 
(eventuele) bestaande, lopende verplichtingen. 
5. Het bestuur van de convenantpartij stuurt van de uittreding een schriftelijke verklaring 
aan de convenantpartners. 
6. De opzeggende partij zorgt voor onmiddellijke verwijdering van de verkregen 
persoonsgegevens binnen een maand na uittreding. 
7. Bij uittreding wordt aan dit convenant een addendum toegevoegd. 
8. Dit convenant kan met instemming van alle convenantpartners op ieder moment worden 
beëindigd. 
9. Verplichtingen die naar hun aard bestemd zijn om ook na uittreding of beëindiging 
van het convenant voort te duren, blijven na beëindiging van dit convenant bestaan. 
Tot deze verplichtingen behoort onder meer de afspraak over geheimhouding, 
verwijdering van gegevens zoals bedoeld als in lid 6 en de bij wet opgelegde 
geheimhoudingsverplichting. 

Artikel 28 Tussentijdse wijziging 

1. Tussentijdse wijzigingen of aanvullingen van dit convenant worden door alle 
convenantpartners schriftelijk bekrachtigd via het ondertekenen van een addendum. 
2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet in geval van toetreden of uittreden van een 
convenantpartner. 
Artikel 29 Inwerkingtreding en (tussentijdse) evaluatie 
1. Dit convenant treedt in werking op de dag dat het door alle convenantpartners is 
ondertekend en wordt aangegaan voor een periode die eindigt op 1 januari 2030. 
2. Het convenant wordt jaarlijks voorgelegd aan het AVO DIT. Er vindt in elk geval na 
twee jaar een evaluatie plaats (2028). Het initiatief daartoe ligt bij de DITcoördinator. 

Artikel 30 Geschillen en klachten 

1. Partijen proberen bij geschillen in onderling overleg tot een oplossing te komen. 
2. Als partijen bij een geschil in onderling overleg niet uitkomen kan een daartoe 
bevoegde mediator worden ingeschakeld. 
3. Indien er geen oplossing wordt bereikt als bedoeld in het vorige lid, zijn 
convenantpartners bevoegd het geschil voor te leggen aan de daartoe bevoegde 
rechter binnen het arrondissement Oost-Brabant. 
4. Klachten van inwoners of ondernemers over een incident die zien op een gedraging van 
een medewerker werkzaam voor een van de convenantpartners, worden afgedaan via 
de klachtenprocedure (als bedoeld in hoofdstuk 9 Awb of de regeling klachtbehandeling 
politie, politiewet) van de convenantpartner waar de medewerker in dienst is. 
5. Indien een klacht van een inwoner of ondernemer niet gaat over de bejegening door een 
medewerker van een convenantpartner, dan dient de inwoner of ondernemer de route te 
volgen die de desbetreffende convenantpartner waar het incident heeft plaatsgevonden, 
heeft opgesteld. 

Artikel 31 Toepasselijk recht en citeertitel 

1. Op dit convenant is Nederlands recht van toepassing. 
2. Dit convenant kan worden aangehaald als “DIT-convenant 2026–2029”. 
Artikel 32 Ondertekening 
Alle partijen gaan dit convenant aan door gebruikmaking van een eigen ondertekeningsblad. 
Deze ondertekeningsbladen zijn als bijlagen 1 tot en met 13 bij dit convenant gevoegd.