Dommelstroom Interventie Team (DIT)
Het DIT is een interventieteam onder regie van de zes Dommelstroomgemeenten Cranendonck, Geldrop-Mierlo, Heeze-Leende, Nuenen, Son en Breugel en Valkenswaard. Het DIT voert controles uit bij panden en locaties waarvan het vermoeden bestaat dat er sprake is van misstanden of die niet voldoen aan wet- en regelgeving. Het team kijkt naar brandveiligheid, boekhouding, illegale bewoning, vergunningen, inschrijving Basisregistratie Personen (BRP), mensenhandel, prostitutie, drugs, sociale zekerheidsfraude en/of andere overtredingen. Het DIT werkt nauw samen met zorg- en welzijnsinstanties.
DIT-convenant
2026–2029
tussen:
Gemeente Cranendonck
Gemeente Geldrop-Mierlo
Gemeente Heeze-Leende
Gemeente Nuenen
Gemeente Son en Breugel
Gemeente Valkenswaard
Politie Eenheid Oost-Brabant
Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO)
Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB)
Openbaar lichaam Senzer
Belastingsamenwerking Oost-Brabant (BSOB)
Dienst Dommelvallei
GR Samenwerking A2 gemeenten
ONDERGETEKENDEN:
- Gemeenten:
De gemeente Cranendonck, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar
burgemeester, de heer F.A.P. van Kessel, handelend ter uitvoering van een besluit
van burgemeester en wethouders van 09 december 2025; - De gemeente Geldrop-Mierlo, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar
burgemeester, de heer J.C.J. van Bree, handelend ter uitvoering van een besluit van
burgemeester en wethouders van 25 november 2025; - De gemeente Heeze-Leende, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar
burgemeester, de heer T.M. Heldens, handelend ter uitvoering van een besluit van
burgemeester en wethouders van 25 november 2025; - De gemeente Nuenen, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar
burgemeester F.G.F van Genugten, handelend ter uitvoering van een besluit van
burgemeester en wethouders van 09 december 2025; - De gemeente Son en Breugel, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar
burgemeester, mevrouw S.M. Otters – Bruijnen handelend ter uitvoering van een
besluit van burgemeester en wethouders van 09 december 2025; - De gemeente Valkenswaard, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar
burgemeester, C.H.M. van Overdijk, handelend ter uitvoering van een besluit van
burgemeester en wethouders van 09 december 2025; - Politie Eenheid Oost-Brabant, basisteam Dommelstroom ten deze rechtsgeldig
vertegenwoordigd door teamchef, de heer J. Bastian; - Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO), ten deze rechtsgeldig
vertegenwoordigd door de directeur, mevrouw M. Wilms-Wils, voor zover het betreft
de wettelijke taken en de gemeenschappelijke taken die door de gemeenten zijn
overgedragen aan de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost; - Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB), ten deze rechtsgeldig
vertegenwoordigd door de interim directeur heer F.A.H. Piepers voor zover het
betreft de wettelijke taken en de gemeenschappelijke taken die door de gemeenten
zijn overgedragen aan de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant; - Openbaar lichaam Senzer, voor zover het betreft de gemeente Geldrop-Mierlo, ten
deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door de voorzitter, heer M.V. de Kort zoals
vastgesteld in artikel 17 van de gemeenschappelijke regeling die inwerking is
getreden op 1 januari 2023; - Belastingsamenwerking Oost-Brabant (BSOB), ten deze rechtsgeldig
vertegenwoordigd door de directeur, de heer E.M. van der Reijden, handelend ter
uitvoering van een besluit van het dagelijks bestuur op 01 december 2023. - Dienst Dommelvallei voor zover het betreft de gemeenten Geldrop-Mierlo,
Nuenen en Son en Breugel, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer
N. Kramer, handelend ter uitvoering van een besluit van het dagelijks bestuur van
besluit 10 november 2025; - GR Samenwerking A2 gemeenten, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door
mevrouw H. Steneker, voor zover het betreft de bedrijfsvoeringstaken en de
gemeenschappelijke taken die door de gemeenten Cranendonck, Heeze-Leende en
Valkenswaard zijn opgedragen aan de GR Samenwerking A2 gemeenten;
handelend ter uitvoering van het besluit van het bestuur van besluit 02 december
2025.
Gezamenlijk aan te duiden als: ‘partijen c.q. convenantpartners’
Overwegende dat,
- er binnen het grensgebied van de deelnemende gemeenten sprake is van
handhavingsknelpunten complexe (overlast)situaties en ondermijningszaken welke
inzet vraagt van meerdere (convenant)partners en welke niet (duurzaam) zijn op te
lossen zonder integrale samenwerking tussen verschillende partijen;
- convenantpartners verschillende handhavende overheidstaken- en bevoegdheden en
bijbehorende instrumenten tot hun beschikking hebben;
- afzonderlijke handhavingsacties niet altijd even doelmatig zijn omdat zij slechts
betrekking hebben op een deel van de problematiek;
- door een integrale bestuurlijke aanpak de bovenstaande problematiek duurzaam wordt
beëindigd;
- via het Dommelstroom Interventie Team (DIT) samenwerking plaatsvindt binnen het
gebied van het politie basisteam Dommelstroom bestaande uit de zes gemeenten,
aangevuld met de Politie Eenheid Oost-Brabant, de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost
(VRBZO), Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB), Senzer, Dienst Dommelvallei,
GR Samenwerking A2 gemeenten en de Belastingsamenwerking Oost-Brabant (BSOB);
- het DIT vanuit één coördinatiepunt gezamenlijk en integraal, probleemobjecten, -
subjecten, -gebieden en -thema’s aanpakt die de aandacht vragen van verschillende
deelnemende partijen;
- voor de samenwerking onderlinge informatie-uitwisseling noodzakelijk is;
- voor zover er persoonsgegevens worden uitgewisseld, dit alleen gebeurt als daarvoor
een rechtmatige grondslag bestaat en met inachtneming van de geldende
privacyregelgeving zoals de AVG en Wpg;
- de heffings- en invorderingsambtenaar ten aanzien van gegevensverstrekking beperkt
wordt door het openbaarmakingsregime van de Wet WOZ en de
geheimhoudingsverplichtingen van art. 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen
en art. 67 van de Invorderingswet;
- convenantpartners binnen het DIT vanuit hun bestuurlijke en/of strafrechtelijke
bevoegdheden ook kennis en ervaring uitwisselen;
- er behoefte is aan samenwerking op beleidsmatige (handhavings)thema’s.
KOMEN HET VOLGENDE OVEREEN:
DEEL 1 ALGEMEEN
Artikel 1 Definities
In dit convenant wordt verstaan dan wel mede verstaan onder:
a. Actieprogramma DIT
In het actieprogramma wordt de operatie vertaald naar de plannen van de gemeenten en
andersom. Het programma is gebaseerd op de gemeentelijke plannen (Integraal
veiligheidsplan, uitvoeringsprogramma handhaving) en op de regionale plannen
(Uitvoeringsplan ondermijning Dommelstroom) en ontwikkelingen (andere
interventieteams binnen de regio). Hieraan worden doelen gekoppeld, waardoor het
resultaat beter geduid kan worden. En eventueel acties of thema’s die niet in het
programma opgenomen zijn. Dit actieplan wordt via de omschreven governancestructuur
voorbereid, behandeld en vastgesteld.
b. Actieweken en -dagen
Een (vooraf bepaalde) periode waarin integrale (thematische) controles plaatsvinden
gecoördineerd door de DIT coördinator, waaraan per thema/of interventie noodzakelijke
partijen aansluiten met het streven naar vier interventies per jaar per gemeente.
c. AP: Autoriteit Persoonsgegevens
Een zelfstandig bestuursorgaan die van rijkswege is ingesteld en toezicht houdt op de
naleving van de wettelijke regels voor bescherming van persoonsgegevens. De AP ziet
in dat kader ook toe op de correcte toepassing van de Algemene verordening
gegevensbescherming (AVG) en aanverwante wetgeving en op de doorwerking van de
gestelde normen in de praktijk. Daarnaast houdt de AP toezicht op de naleving van de
Wet politiegegevens(Wpg).
d. AVG Algemene verordening gegevensbescherming
e. AVO DIT Ambtelijk Voorbereidingsoverleg DIT
f. Basisteam programmaleider ondermijning Dommelstroom (BTPL)
Opdrachtnemer van de basisteamdriehoek-plus en als ontkleurd programmaleider
verantwoordelijk voor de integrale aanpak van ondermijning binnen het basisteam.
g. Belastinggegeven:
een gegeven dat door de heffings- en invorderingsambtenaar is of wordt verzameld,
verwerkt en bewaard in het kader van de uitvoering van de belastingverordeningen en
de Wet WOZ en beschermd wordt door het openbaarmakingsregime van de Wet WOZ,
art. 67 AWR en art. 67 IW
h. Bestand/dossier
Elk gestructureerd geheel van persoonsgegevens, ongeacht of dit geheel van gegevens
gecentraliseerd is of verspreid is op een functioneel of geografisch bepaalde wijze, dat
volgens bepaalde criteria toegankelijk is en betrekking heeft op verschillende personen.
i. Betrokkene
Degene op wie een persoonsgegeven of een politiegegeven betrekking heeft.
Pagina 5 van 23
DIT-convenant 2026–2029
j. Bpg Besluit politiegegevens
k. Complexe (overlast)situatie
Aanhoudende en veelzijdige vormen van overlast die worden veroorzaakt door een
combinatie van factoren en waarbij meerdere betrokkenen nodig zijn voor een effectieve
aanpak.
l. DIT-coördinator
Een functionaris die verantwoordelijk is voor de aansturing van het DIT en in dienst is
van een (van de) gemeente(n) en door de andere gemeenten is benoemd tot
onbezoldigd ambtenaar. Deze functionaris voert regie en bewaakt de voortgang van de
werkzaamheden van het DIT rondom handhavingsacties van het DIT.
m. DIT: Dommelstroom Interventie Team
n. DIT-governance
Overlegstructuur met betrekking tot het DIT op bestuurlijk en ambtelijk niveau van de
Dommelstroomgemeenten. De governance bestaat uit de volgende overlegstructuren;
- Bestuurlijk overleg DIT
- Managementoverleg DIT
- AVO-DIT
- Uitvoerend DIT
o. Dommelstroomgemeenten
De zes gemeenten binnen basisteam Dommelstroom, te weten de gemeenten
Cranendonck, Geldrop-Mierlo, Heeze-Leende, Nuenen, Son en Breugel en
Valkenswaard.
p. Functionaris Gegevensbescherming (FG)
De door een organisatie formeel aangewezen en bij de Autoriteit Persoonsgegevens
geregistreerde functionaris, zoals bedoeld in artikel 37 van de AVG. De FG houdt
onafhankelijk toezicht op de naleving van de privacywetgeving, adviseert de organisatie
en is het officiële aanspreekpunt voor de Autoriteit Persoonsgegevens en betrokkenen.
q. Gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken
Natuurlijke personen of rechtspersonen, overheidsinstanties, diensten of andere
organen die samen het doel van en de middelen voor de verwerking van
persoonsgegevens vaststellen, zoals bedoeld in artikel 26 AVG.
r. Handhavingsknelpunt
Personen of groep personen, gebied of branche, waarover verschillende overheden of
bestuursorganen signalen bereiken dat de vigerende regelgeving (structureel) niet wordt
nageleefd, hetgeen mogelijk leidt tot een maatschappij-ondermijnende situatie,
bestaande uit bestuursrechtelijk te sanctioneren gedragingen.
s. Ondermijnende criminaliteit
Een vorm van criminaliteit waarbij de grens tussen de bovenwereld (legale samenleving)
en de onderwereld (criminele circuits) vervaagt. Het gaat om illegale activiteiten die
invloed uitoefenen op legale structuren, zoals overheden, bedrijven of publieke
instellingen, waardoor het gezag van de staat wordt ondermijnd. Het gaat dan
bijvoorbeeld over crimineel gebruik van transport, opslag, informatie, vergunningen,
locaties en geld. Hierdoor vervagen normen en neemt het gevoel van veiligheid en
leefbaarheid af. Dit kan de rechtsstaat, economie en sociale samenhang ernstig
schaden.
t. Ondermijningszaak
Dynamiek waarbij de onder- en bovenwereld verweven raken waardoor legale structuren
worden misbruikt voor illegale criminele doeleinden.
u. Persoonsgegeven
Elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon,
zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid AVG.
v. Politiegegeven
Elk persoonsgegeven dat wordt verwerkt in het kader van de uitvoering van de
politietaak, als bedoeld in de artikelen 3 en 4 Politiewet 2012 en de Wet politiegegevens
artikel 1 a, met uitzondering van:
- de uitvoering van wettelijke voorschriften anders dan de Wet administratiefrechtelijke
handhaving verkeersvoorschriften;
- de bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000 opgedragen taken, bedoeld in artikel 1,
eerste lid, onderdeel i, onder 1̊ en artikel 4, eerste lid, onderdeel f Politiewet 2012; zoals
bedoeld in artikel 1, onder a Wpg.
w. Privacy Officer
De medewerker die binnen de organisatie verantwoordelijk is voor de privacy processen
ziet erop toe dat de afspraken en regels over privacy worden nageleefd, geeft advies bij
vragen over privacy en is aanspreekpunt voor medewerkers en betrokkenen.
x. Ter beschikking stellen van politiegegevens
Verstrekken van politiegegevens binnen het Wpg-domein. Dus aan personen die
overeenkomstig de Wpg geautoriseerd zijn voor het verwerken van politiegegevens,
voor zover zij deze nodig hebben voor de uitoefening van hun taak.
y. UAVG: Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming
z. Uitwisselen van persoonsgegevens
Het over en weer verstrekken van persoonsgegevens tussen partijen onderling.
aa. Verstrekken van politiegegevens buiten het Wpg-domein
Het bekend maken of ter beschikking stellen van persoonsgegevens aan een andere
partij buiten het Wpg-domein.
Het bekend maken van politiegegevens aan derden, de Minister van Veiligheid en
Justitie of samenwerkingsverbanden voor zwaarwegend algemeen belang met
doeleinden:
- Voorkomen en opsporen van strafbare feiten
- Het handhaven van de openbare orde
- Het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven
- Het uitoefenen van toezicht op het naleven van regelgeving
ab. Verwerken van persoonsgegevens
Een verwerking of een geheel van bewerkingen met betrekking tot persoonsgegevens,
al dan niet uitgevoerd via geautomatiseerde procedés, zoals het verzamelen,
vastleggen, ordenen, structureren, opslaan, bijwerken of wijzigen, opvragen,
raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiden of op
andere wijze ter beschikking stellen, aligneren of combineren, afschermen, wissen of
vernietigen van gegevens (artikel 4 AVG).
ac. Verwerkingsverantwoordelijke
Een natuurlijke persoon of rechtspersoon, een overheidsinstantie, een dienst of een
Pagina 7 van 23
DIT-convenant 2026–2029
ander orgaan die/dat, alleen of samen met anderen, het doel van en de middelen voor
de verwerking van persoonsgegevens vaststelt, zoals bedoeld in artikel 4, zevende lid
AVG, of genoemd in artikel 1, onder f Wpg of artikel 1, onder k Wet justitiële en
strafvorderlijke gegevens.
ad. Woo: Wet open overheid
ae. Wpg: Wet politiegegevens
DEEL 2 DOELEN EN KADERS
Artikel 2 Doelstellingen
De volgende doelstellingen zijn bepaald voor het DIT:
1. Het hoofddoel van het DIT is het integraal uitoefenen van toezicht op en handhaving van
wettelijke en lokale regelgeving, het voorkomen en signaleren van misstanden die een
bedreiging vormen voor de openbare orde en veiligheid c.q. leefbaarheid en het
handhaven van de openbare orde en veiligheid, ieder op basis van eigen toegekende
wettelijke bevoegdheden en verantwoordelijkheden.
2. Het vergroten van de leefbaarheid en veiligheid in de gemeenten door middel van het
aanpakken van handhavingsknelpunten, complexe (overlast)situaties en
ondermijningszaken.
3. Het, door de integrale aanpak, beperken tot een minimum van de frequentie van
controles op een inrichting of pand en het ter plekke voorzien in de eigen
informatiebehoefte van alle partners.
Artikel 3 Kaders en uitgangspunten samenwerking
1. Bij de samenwerking in het kader van het DIT zijn de volgende uitgangspunten van
toepassing:
a. Kennisdeling en expertise. Convenantpartners kunnen onderling kennis en
ervaring met elkaar delen vooral wanneer ze te maken hebben met complexe of
nieuwe vormen van handhaving. Hiermee kan mogelijk sneller tot een oplossing
worden gekomen.
b. Efficiëntie. Convenantpartners kunnen middelen zoals personeel en juridische
expertise bundelen. Dit kan leiden tot een kostenbesparing vooral bij langdurige
of grote handhavingszaken. Ook kunnen er gezamenlijk trainingen in het kader
van deskundigheidsbevordering worden uitgevoerd of ICT-toepassingen
gezamenlijk worden ingekocht.
c. Samenwerking zorgt voor eenheid (dijken even hoog). De regels zijn in alle
gemeenten hetzelfde en er wordt op eenzelfde manier op gehandhaafd
d. Vergroten effectiviteit. Als de overtreding of het thema meerdere gemeenten of
regio’s betreft is het effectiever om gezamenlijk op te treden. Door
gecoördineerde controles uit te voeren en sneller te reageren kunnen de
gemeenten effectiever werken.
e. Politieke en maatschappelijke druk beter aanpakken. Door samen te werken
kunnen gemeenten hun (bestuurlijke) belangen beter afstemmen en daarmee
mogelijk de slagkracht in de uitvoering vergroten.
Pagina 8 van 23
DIT-convenant 2026–2029
f. Samen beleid ontwikkelen. Het gaat vaak om structurele problemen (bijv.
misstanden arbeidsmigranten), gemeenten kunnen dan samen beleid
ontwikkelen dat in staat is om deze problemen op te lossen of afspraken maken
over welke capaciteit of prioriteit ergens aan gegeven wordt.
2. Er wordt gewerkt met een jaarlijks actieprogramma DIT. Het programma is
gebaseerd op de gemeentelijke plannen (Integraal veiligheidsplan,
uitvoeringsprogramma handhaving) en op de regionale plannen (uitvoeringsplan
ondermijning Dommelstroom) en ontwikkelingen (andere interventieteams). Hieraan
worden doelen worden gekoppeld, waardoor het resultaat beter geduid kan worden.
3. Het uitvoeringsprogramma van de eigen gemeente vormt de basis voor de
samenwerking, inzet binnen het DIT-verband en het actieprogramma DIT.
DEEL 3 SAMENWERKING
Artikel 4 Het DIT en de werkwijze
1. De convenantpartners werken samen binnen het DIT. Dit gebeurt door het inzetten van
een professioneel en effectief handhavingsnetwerk.
2. De samenwerking binnen het DIT omvat:
a. het onderling delen van signalen of aanwijzingen van (dreigende) overtredingen,
handhavingsknelpunten, complexe (overlast)situaties en ondermijningszaken.
b. het opstellen en uitvoeren van een jaarlijks actieprogramma DIT.
c. het gezamenlijk bepalen van prioriteiten bij aan te pakken kwesties of misstanden
door middel van het actieprogramma;
d. het doen van beleidsvoorstellen aan de convenantpartners om overtredingen van
wet- en regelgeving te voorkomen of terug te dringen;
e. het benutten van elkaars ervaring, kennis en expertise.
3. De samenwerking als genoemd in het vorige lid vindt plaats op basis van ieders eigen
wettelijke taken en bevoegdheden en verplichtingen en is beperkt tot het grondgebied
van de deelnemende gemeenten. Dit betreft de gemeente waar de concrete casus
betrekking op heeft.
4. Iedere convenantpartner verplicht zich ertoe een gekwalificeerde medewerker te laten
deelnemen aan de DIT-overleggen. Dit is zoveel mogelijk een vaste deelnemer, gelet op
de continuïteit en de noodzakelijke samenwerking binnen het team. Deze medewerker is
vanuit de eigen organisatie gemachtigd om zelfstandig werkafspraken per casus te
kunnen maken.
5. Het DIT wordt aangestuurd door een DIT-coördinator, zoals nader omschreven in de
Dienstverleningsovereenkomst DIT-coördinator . In artikelen 6 tot en met 8 wordt een
nadere omschrijving gegeven van de rol, taak en aansturing van de DIT-coördinator. De
DIT-coördinator is in dienst van een (van de) gemeente(n) en door de andere
gemeenten benoemd tot onbezoldigd gemeenteambtenaar.
6. De informatie en signalen die de DIT-coördinator vanuit zijn rol krijgt worden direct
gedeeld met de betreffende gemeente waar de informatie betrekking op heeft.
Artikel 5 Governance DIT
1. De governance met betrekking tot het DIT is nader uitgewerkt en omvat de volgende
overlegstructuren:
a. Bestuurlijk DIT overleg
b. Management DIT overleg
c. AVO DIT overleg
d. Uitvoerend DIT-overleg
2. Tijdens uitvoerend DIT-overleg van de deelnemende partners worden concrete
werkafspraken per casus gemaakt over de uitvoering van individuele of gezamenlijke
handhavingsactiviteiten. Convenantpartners verplichten zich ertoe om alle
werkzaamheden te verrichten die voortvloeien uit de gemaakte werkafspraken.
3. Iedere partner draagt er zorg voor dat de medewerkers die deelnemen aan het DIT
beschikken over de wettelijke bevoegdheden om die werkzaamheden rechtmatig te
kunnen verrichten. Zo nemen zij de noodzakelijke in mandaat te nemen besluiten met
inachtneming van beperkingen, restricties en aanwijzingen die voortvloeien uit de
mandaatregeling.
4. Iedere convenantpartner is zelf eindverantwoordelijk voor het optreden van het DIT bij
de aanpak van overtredingen in een concrete casus waarvoor zij het bevoegde gezag is
en dat plaatsvindt binnen de wettelijke kaders, zoals bedoeld in artikel 4, lid 3.
Artikel 6 Rol en taak DIT-coördinator
De DIT-coördinator heeft de volgende taak/rol:
a. Coördineren van actieweken/dagen: de DIT-coördinator overziet de acties en
brengt de deelnemers in positie. De DIT-coördinator zorgt er voor dat de juiste
mensen de juiste dingen doen.
b. Signaleren van trends en meedenken over hoe dit kan worden geborgd in beleid
en uitvoering.
c. Coördineren, verbinden op alle niveaus; strategisch, tactisch en operationeel.
d. Verbinden en netwerken.
e. Politieke sensitiviteit / tact op alle niveaus van de governance.
f. Regie voeren over het netwerk en de samenwerking.
Artikel 7 Rol en taak DIT-coördinator ten aanzien van governance DIT
Ten aanzien van de governance van het DIT heeft de DIT-coördinator de volgende rol:
a. Bestuurlijke overleggen: de DIT-coördinator is secretaris van het overleg met de
zes burgemeesters.
b. Het AVO DIT: de DIT-coördinator is voorzitter en secretaris van het ambtelijk
overleg.
c. Managementoverleg over het DIT: de DIT-coördinator is secretaris en voorzitter.
d. De uitvoeringsoverleggen: de DIT-coördinator is voorzitter en secretaris.
Artikel 8 Positionering en aansturing DIT-coördinator
Voor wat betreft de aansturing en de positionering van de DIT-coördinator gelden de
volgende uitgangspunten:
a. De DIT-coördinator werkt zoveel mogelijk bij de verschillende gemeenten.
b. De verschillende overleggen vinden bij verschillende gemeenten plaats.
c. De DIT-coördinator valt functioneel onder de managers van de zes gemeenten
en er is één manager verantwoordelijk voor de dagelijkse aansturing.
Artikel 9 Financiën
1. Convenantpartners dragen ieder zelf de eigen kosten van de samenwerking, de
informatie-uitwisseling en de uitvoering.
2. Tenzij anders wordt overeengekomen, zijn convenantpartners voor de uitvoering
van dit convenant geen vergoeding aan elkaar verschuldigd.
3. De kosten van de DIT-coördinator, administratieve ondersteuning en facilitaire
kosten worden gezamenlijk gedragen door de gemeenten. Ten behoeve van de
personele kosten is een dienstverleningsovereenkomst opgesteld.
4. Voor de als gevolg van de werkzaamheden op grond van dit convenant
gegenereerde opbrengsten geldt dat deze hun normale, door de wetgever beoogde
bestemming volgen.
5. De convenantpartners dragen zorg voor professionaliteitsbevordering van de
medewerkers die zij afvaardigen in het DIT. De kosten van noodzakelijke opleiding
inclusief bijkomende kosten komen voor rekening van de convenantpartner waar de
werknemer in dienst is.
Artikel 10 Resultaatmeting, evaluatie, bewaking en voortgangsrapportage
1. Convenantpartners zijn ieder zelf verantwoordelijk voor de resultaatmeting,
bewaking en beheersing van hun eigen activiteiten in het kader van dit convenant.
Deze maken zo nodig deel uit van de eigen reguliere evaluaties. Wel zorgen de
convenantpartners voor het delen van deze resultaatmetingen met de andere
convenantpartners.
2. De DIT-coördinator maakt jaarlijks een rapportage (verslag en verantwoording) voor de
convenantpartners over de resultaten in relatie tot de doelstellingen in het
actieprogramma.
3. Convenantpartners verplichten zich ertoe elkaar in kennis te stellen van de
voortgang van de uit DIT voortvloeiende acties en processen inclusief privacy
gerelateerde aangelegenheden. Deze afstemming vindt plaats in de reguliere
governance structuur van alle deelnemende partners.
4. Naar aanleiding van de jaarlijkse rapportage kan het convenant met instemming van alle
convenantpartners tussentijds worden gewijzigd of geactualiseerd.
Artikel 11 Informatie-uitwisseling
1. Convenantpartners verplichten zich over en weer met inachtneming van de
geldende wet- en regelgeving die informatie te verstrekken die nodig is om de
samenwerking effectief en efficiënt te laten verlopen.
2. Informatie-uitwisseling vindt plaats binnen de geldende wettelijke kaders en
aanwending van deze gegevens vindt uitsluitend plaats ten behoeve van een goede
vervulling van de publieke taak of wettelijke verplichting van convenantpartners.
3. Convenantpartners houden zich bovendien aan de hieronder in deel 3 opgenomen
artikelen over de wijze van verstrekking van informatie.
Artikel 12 Geheimhouding
1. De convenantpartners zijn verplicht tot geheimhouding van de in het kader van dit
samenwerkingsverband ontvangen gegevens, over al hetgeen waarvan
redelijkerwijs is aan te nemen dat bekendmaking daarvan de belangen van een
andere deelnemende partij kan schaden, behoudens voor zover de uitvoering van
de taak met het oog waarop de gegevens zijn verkregen tot het ter kennis brengen
daarvan noodzaakt.
2. De convenantpartners verbinden zich ten opzichte van elkaar om informatie die zij
hebben ontvangen niet zonder uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van de
verstrekkende deelnemende partij door te verstrekken aan anderen dan de
deelnemende partijen.
3. Eenieder die betrokken is bij de uitvoering van dit convenant en daarbij de
beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of
redelijkerwijs moet vermoeden en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep
of wettelijk voorschrift een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding
behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit
zijn taak bij de uitvoering van dit convenant voortvloeit.
Artikel 13 Veiligheidsaspecten
1. Bij het beletten of belemmeren van uitvoeringshandelingen, het plegen van
wederspannigheid of andere strafbare feiten jegens één of meer medewerkers van
een convenantpartner die werkzaamheden verricht op grond van dit convenant,
maakt de betreffende medewerker melding bij zijn of haar werkgever. Vervolgens
instrueert de betreffende convenantpartner de eigen medewerker om daarvan
aangifte te doen bij de politie.
2. De politie neemt de aangifte, waar mogelijk, met voorrang in behandeling ten
behoeve van een eventueel opsporingsonderzoek.
3. Convenantpartners en hun medewerkers volgen daarnaast de afspraken zoals opgenomen in de eigen (lokale of landelijke) agressie- en geweldsprotocollen ten
behoeve van overheidspersoneel.
Artikel 14 Bevoegdheden
Medewerkers van de convenantpartners worden uitsluitend ingezet voor het verrichten van
de werkzaamheden waarvoor zij zijn aangesteld en ten aanzien waarvan zij over de
bevoegdheden beschikken.
Artikel 15 Aansprakelijkheid
1. Convenantpartners zijn volledig aansprakelijk voor eigen medewerkers die tijdens of in
verband met de werkzaamheden in verband van het DIT direct of indirect schade lijden,
dan wel slachtoffer worden van een strafbaar feit, tenzij hierover schriftelijk andere
afspraken zijn gemaakt.
2. Aansprakelijkheid voor door derden geleden schade welke veroorzaakt wordt door het
feitelijk handelen van medewerkers gedurende of in verband met een DIT-activiteit wordt
gedragen door de convenantpartner waar de medewerker in dienst is. In de situatie dat
meerdere medewerkers veroorzaker zijn, worden de kosten van de aansprakelijkheid in
gelijke mate over de betrokken convenantpartners verdeeld. Aansprakelijkheid voor
schade die direct of indirect het gevolg is van het uitoefenen van toezichthoudende
bevoegdheden en het verrichten van rechtshandelingen (anders dan feitelijk handelen),
berust bij de convenantpartner namens wie en onder wiens verantwoordelijkheid die
worden uitgeoefend respectievelijk verricht.
3. Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel, sluiten
convenantpartners aansprakelijkheid tegenover elkaar voor materiële schade op grond
van deze overeenkomst uit tenzij er sprake is van opzet, grove schuld of grove
nalatigheid of in geval de AP een boete oplegt die kan worden toegerekend aan één of
meerdere veroorzakers van een schending van privacywetgeving maar die aan een
willekeurige convenantpartner is opgelegd (zie artikel 22, vierde lid van dit convenant).
4. Een betrokkene die materiële of immateriële schade heeft geleden ten gevolge van een
inbreuk op de voor de partijen van toepassing zijnde privacyregelgeving, heeft het recht
van de verwerkingsverantwoordelijke schadevergoeding te ontvangen voor de geleden
schade.
Artikel 16 Signaleren van belemmeringen
Wanneer naar de mening van een of meer convenantpartners de wettelijke kaders de
samenwerking of de informatieverstrekking in de weg staan, leggen zij dit voor aan de
betrokken organisatie(s). Voorbehouden die de aangesproken organisatie maakt uit
hoofde van de privacyregelgeving worden altijd door de overige convenantpartners
gerespecteerd.
Artikel 17 Communicatie
1. De externe communicatie geschiedt door de DIT-coördinator in samenspraak met de
burgemeester van de betreffende gemeente(n) en indien nodig met de basisteam
programmaleider ondermijning Dommelstroom en waar nodig in afstemming met de
afdeling communicatie van de politie en het Openbaar Ministerie. Andere
convenantpartners zullen geen openbare publicaties of op enig andere manier dan
ook extern melding maken van de op grond van dit convenant verrichte
werkzaamheden, activiteiten en/of behaalde resultaten, tenzij zij daartoe verplicht
zijn op grond van de Woo en de AVG en Wpg inzageverzoeken.
2. Voor zover sprake is van een verplichting als bedoeld in het vorige lid, brengt de
betreffende convenantpartner eventueel andere betrokken convenantpartners hiervan
onmiddellijk op de hoogte, tenzij dit wettelijk gezien niet is toegestaan.
DEEL 4 PRIVACY
Artikel 18 Geheimhoudingsplicht in relatie tot privacy
1. Voor zover convenantpartners daartoe wettelijk al niet verplicht zijn, leggen zij aan
hun deelnemers en andere medewerkers de plicht tot geheimhouding op. Deze
plicht strekt zich uit tot geheimhouding van persoons- en/of politiegegevens waarvan
de medewerkers kennis nemen tijdens hun overleggen en werkzaamheden voor het
DIT, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot mededeling verplicht of
uit hun taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.
2. Indien de verwerker op grond van een wettelijke verplichting gegevens dient te
verstrekken, zal de verwerker de grondslag en de identiteit van de verzoeker
verifiëren en zal de verwerker de verwerkingsverantwoordelijke onmiddellijk,
voorafgaand aan de verstrekking, ter zake informeren, tenzij wettelijke bepalingen
dit verbieden.
3. Op verstrekte politiegegevens blijft de geheimhoudingsplicht uit artikel 7 Wpg van
toepassing.
4. Doorverstrekking van persoonsgegevens (niet zijnde politiegegevens) vindt alleen
plaats indien verenigbaar met het doel waarvoor de gegevens zijn verzameld onder
gelijkluidende geheimhouding en beveiligingsvoorwaarden welke bij verstrekking
overeengekomen zijn. Dit geldt, conform artikel 23, lid 1 onder d, AVG, ook voor de
uitoefening van de rechten van betrokkenen onder de AVG.
5. De convenantpartners onderkennen dat de Wpg een gesloten verstrekkingen regime
kent. Indien bij een convenantpartner enig verzoek wordt ingediend welke ziet op
openbaarmaking van gegevens (op grond van de Woo), dan dienen bij de
beoordeling van dit verzoek, de Wpg gegevens buiten beschouwing gelaten te
worden. In dit soort gevallen stuurt de convenantpartner, het Woo-verzoek op dit
punt door naar de politie ter afwikkeling.
Artikel 19 Doel van de verwerking van persoonsgegevens
1. De politie verwerkt politiegegevens voor zover dat noodzakelijk is voor de invulling
van de politietaak, zoals neergelegd in artikel 3 Politiewet 2012. De grondslag voor
verwerking van politiegegevens is gelegen in de Wpg. De grondslag voor structurele
verstrekking van artikel 8 en artikel 13- politiegegevens aan convenantpartners in
het samenwerkingsverband, is gelegen in artikel 20 Wpg. Dit is door de politie nader
vastgelegd in de artikel 20 Wpg beslissing ‘DIT-convenant 2026–2029’.
2. De burgemeester van de betreffende deelnemende gemeente verwerkt en verstrekt
persoonsgegevens voor zover dit noodzakelijk is om te voldoen aan de wettelijke
verplichting op grond van artikel 6, lid 1 onder c, AVG, of voor de vervulling van een
taak van algemeen belang of van een taak in het kader van uitoefening van het
openbaar gezag dat aan hem is opgedragen op grond van artikel 6, lid 1 onder e
AVG.
3. Het college van burgemeester en wethouders van de betreffende deelnemende
gemeente verwerkt en verstrekt persoonsgegevens, voor zover dit noodzakelijk is
om te voldoen aan de wettelijke verplichting op grond van artikel 6, lid 1 onder c,
AVG, of voor de vervulling van een taak van algemeen belang of van een taak in het
kader van uitoefening van het openbaar gezag dat aan hem is opgedragen op grond
van artikel 6, lid 1 onder e AVG.
4. De Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) verwerkt en verstrekt
persoonsgegevens voor zover dit noodzakelijk is om te voldoen aan de wettelijke
verplichting op grond van artikel 6, lid 1 onder c, AVG, of voor de vervulling van een taak
van algemeen belang of van een taak in het kader van uitoefening van het openbaar
gezag dat aan hem is opgedragen op grond van artikel 6, lid 1 onder e, AVG.
5. Senzer verwerkt en verstrekt persoonsgegevens voor zover dit noodzakelijk is om te
voldoen aan de wettelijke verplichting op grond van artikel 6, lid 1 onder c, AVG
waaronder de uitvoering van de Participatiewet en aanverwante wet- en regelgeving
zoals dit aan Senzer is gedelegeerd door het college van de gemeente GeldropMierlo.
6. Samenwerking A2 gemeenten verwerkt en verstrekt persoonsgegevens voor zover
dit noodzakelijk is om te voldoen aan de wettelijke verplichting op grond van artikel
6, lid 1 onder c, AVG waaronder de uitvoering van de Participatiewet en
aanverwante wet- en regelgeving zoals dit aan de Samenwerking A2 gemeenten is
gedelegeerd door het college van de gemeenten Cranendonck, Heeze-Leende en
Valkenswaard.
7. Dienst Dommelvallei verwerkt en verstrekt persoonsgegevens voor zover dit
noodzakelijk is om te voldoen aan de wettelijke verplichting op grond van artikel 6,
lid 1 onder c, AVG waaronder de uitvoering van de Participatiewet en aanverwante
wet- en regelgeving zoals dit aan de dienst Dommelvallei is gedelegeerd door het
college van de gemeenten Nuenen en Son en Breugel.
8. Belastingsamenwerking Oost-Brabant (BSOB) verwerkt en verstrekt
persoonsgegevens voor zover dit volgt uit de aan haar op- c.q. overgedragen taak
als uitvoerder van belastingverordeningen en wetgeving, rekening houdend met de
daaraan gekoppelde geheimhoudingsverplichtingen als onder meer opgenomen in
artikel 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 67 van de
Invorderingswet 1990.
9. Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) – verwerkt en verstrekt
persoonsgegevens voor zover dit noodzakelijk is om te voldoen aan de wettelijke
verplichting op grond van artikel 6, lid 1 onder c, AVG, of voor de vervulling van een taak
van algemeen belang of van een taak in het kader van uitoefening van het openbaar
gezag dat aan hem is opgedragen op grond van artikel 6, lid 1 onder e, AVG. De
grondslag voor structurele verstrekking van artikel 8- en artikel 13 politiegegevens
aan convenantpartners in het samenwerkingsverband, is gelegen in artikel 20 Wpg.
10. De doeleinden uit artikel 2 dragen bij aan:
a. het voorkomen en beëindigen verstoringen van de openbare orde (overlast in de
breedste zin van het woord);
b. het voorkomen en beëindigen van strafbare feiten;
c. het uitoefenen van toezicht op het niet naleven van wet- regelgeving;
d. het voorkomen en beëindigen van ondermijnende criminaliteit.
Dit alles wordt gezien als een algemeen zwaarwegend belang.
Artikel 20 Gegevensuitwisseling
1. De verstrekking aan en uitwisseling van persoonsgegevens door convenantpartners
vindt plaats met inachtneming van de voor iedere convenantpartner toepasselijke
wettelijke regelingen en alleen voor zover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van
het convenant. De convenantpartners zijn zelfstandig verantwoordelijk voor hun
verwerkingsregister.
2. Verwerkingen dienen periodiek ter controle aangeboden te worden aan de vooraf
aangewezen Privacy Officer of Functionaris Gegevensbescherming van een van de
convenantpartners.
3. De politie kan de navolgende politiegegevens verstrekken:
a. NAW gegevens;
b. geboortedatum;
c. BSN, voor zover hiervoor een wettelijke verplichting bestaat of het overeenkomt
met het doel van de wet;
d. geslacht;
e. telefoonnummer;
f. kentekens;
g. aard en omvang van de (vermeende) niet-naleving van regelgeving.
De politie verstrekt deze politiegegevens alleen aan de gemeenten met uitsluiting
van de andere convenantpartners.
4. De gemeenten kunnen de volgende gegevens verstrekken indien noodzakelijke
subsidiariteit en proportionaliteit dit vereist: voor de gevoelige en bijzondere
persoonsgegevens wordt dit aangetoond en vastgelegd:
a. NAW gegevens;
b. geboortedatum;
c. BSN (gevoelig persoonsgegeven), voor zover hiervoor een wettelijke
verplichting bestaat of het overeenkomt met het doel van de wet;
d. geslacht (bijzonder persoonsgegeven);
e. telefoonnummer;
f. kentekens (gevoelig persoonsgegeven;
g. aard en omvang van de (vermeende) niet-naleving van regelgeving.
5. Het Openbaar Lichaam Senzer kan de volgende gegevens verstrekken:
a. NAW gegevens;
b. geboortedatum;
c. BSN, voor zover hiervoor een wettelijke verplichting bestaat of het overeenkomt
met het doel van de wet;
d. geslacht;
e. telefoonnummer;
f. kentekens;
g. aard en omvang van de (vermeende) niet-naleving van regelgeving.
6. De GR Samenwerking A2 gemeenten kan de volgende gegevens verstrekken:
a. NAW gegevens;
b. geboortedatum;
c. BSN, voor zover hiervoor een wettelijke verplichting bestaat of het overeenkomt
met het doel van de wet;
d. geslacht;
e. telefoonnummer;
f. kentekens;
g. aard en omvang van de (vermeende) niet-naleving van regelgeving
7. De Dienst Dommelvallei kan de volgende gegevens verstrekken:
a. NAW gegevens;
b. geboortedatum;
c. BSN, voor zover hiervoor een wettelijke verplichting bestaat of het overeenkomt
met het doel van de wet;
d. geslacht;
e. telefoonnummer;
f. kentekens;
g. aard en omvang van de (vermeende) niet-naleving van regelgeving.
8. De Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost kan de volgende gegevens verstrekken:
a. NAW gegevens;
b. aard en omvang van de (vermeende) niet-naleving van regelgeving.
9. De Belastingsamenwerking Oost-Brabant kan de navolgende gegevens verstrekken:
a. NAW gegevens;
b. aard en omvang van de (vermeende) niet-naleving van regelgeving.
10. De Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant kan de volgende gegevens verstrekken:
a. NAW gegevens;
b. aard en omvang van de (vermeende) niet-naleving van regelgeving.
11. Het verstrekken van persoonsgegevens geschiedt mondeling of schriftelijk of via
(beveiligde) e-mail.
12. Naar aanleiding van het DIT-overleg worden persoonsgegevens digitaal vastgelegd
in de vorm van werkafspraken per adres/pand. Hierbij worden uitsluitend de
volgende gegevens van de betrokkenen vastgelegd en verwerkt:
a. NAW gegevens;
b. telefoonnummer;
c. geboortedatum;
d. BSN, voor zover hiervoor een wettelijke verplichting bestaat of overeenkomt met
het doel van de wet;
e. kentekens;
f. (anonieme) meldingen over overlastgegevens pand/bedrijf, niet zijnde
persoonsgegevens;
g. gegevens over door partijen gemaakte werkafspraken ter uitvoering van de in
artikel 1 genoemde doelstellingen maar niet zijnde inhoudelijke of
persoonsgegevens;
h. actiegegevens.
13. De persoonsgegevens worden opgenomen in gezamenlijke werkafspraken en
worden verder opgeslagen in het geautomatiseerde systemen van iedere
convenantpartner afzonderlijk. Politiegegevens die aan het samenwerkingsverband
zijn verstrekt, worden gescheiden van andere persoonsgegevens (AVG) opgeslagen.
14. Convenantpartners verwerken de persoonsgegevens van de betrokkene uitsluitend
voor zover dat noodzakelijk is voor de doeleinden als bedoeld in artikel 1 en in
overeenstemming met de toepasselijke wettelijke regelingen, waaronder in ieder
geval begrepen de geheimhoudingsplichten die voor partijen gelden.
15. Convenantpartners kunnen de uitgewisselde persoonsgegevens van de betrokkene
verder verwerken, voor zover die verwerking verenigbaar is met het doel als bedoeld
in artikel 1 en voor zover noodzakelijk voor de goede uitoefening van de taak van de
desbetreffende partij ná uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van de
verstrekkende deelnemende partij.
16. Ten behoeve van beschrijvende evaluatieve en onderzoeksmatige doeleinden
inzake het integraal optreden worden geen persoonsgegevens gebruikt.
Artikel 21 Verwerkingsverantwoordelijke
1. Partijen zijn gezamenlijk verwerkingsverantwoordelijken als bedoeld in artikel 26
lid 1 AVG m.u.v. de politie die deelneemt vanuit haar politietaak waarbij haar
bijdrage altijd valt onder de Wpg, voor de verwerking van persoonsgegevens in
het kader van de samenwerking, waaronder het voeren, van overleg c.q.
verslaglegging en het opstellen van het dossier. De afspraken in dit convenant
zijn te zien als de noodzakelijke afspraken die in artikel 26 lid 1 van de AVG
bedoeld worden, m.u.v. voor de politie die deze noodzakelijke afspraken vastlegt
op basis van artikel 20 Wpg. De gegevens die door de politie gedeeld worden,
mogen door de ontvangers verder verwerkt worden onder de AVG op grond van
artikel 6 lid 1 onder c of e AVG.
2. Partijen zijn zelfstandig verwerkingsverantwoordelijk voor de rechtmatige
verwerking en verstrekking van persoonsgegevens, in of uit de eigen
gegevensbestanden daar waar het de uitoefening van de eigen taken binnen de
samenwerking betreft.
Artikel 22 Meldplicht datalekken en beveiligingsincidenten
1. Convenantpartners informeren elkaar zo spoedig mogelijk – doch uiterlijk binnen 24
uur na de eerste ontdekking – over alle (vermoedelijke) inbreuken op de beveiliging
alsmede andere incidenten die op grond van wetgeving moeten worden gemeld aan
de toezichthouder en/of betrokkene en waar persoonsgegevens in het kader van
uitvoering van de hoofdovereenkomst bij betrokken zijn.
2. Convenantpartners verschaffen elkaar, met inachtneming van hun eigen
procedures, alle inlichtingen over (vermoedelijke) inbreuken op de beveiliging van
persoonsgegevens die noodzakelijk zijn om het incident te kunnen beoordelen. De
gemeenten maken daarbij gebruik van het formulier datalekken van de AP. De
overige convenantpartners houden zich aan de eigen procedure datalekken.
3. De Functionaris Gegevensbescherming of Privacy Officer van de organisatie waar
zich het (beveiligings)incident datalek voordoet of openbaart, doet als
verwerkingsverantwoordelijke melding conform artikel 33 en 34 AVG of artikel 33a
Wpg (wanneer het politiegegevens betreft), aan de toezichthouder en -indien nodigaan betrokkene
4. Eventuele kosten die gemaakt worden om het datalek op te lossen en in de
toekomst te kunnen voorkomen, komen voor rekening van diegene bij wie de
oorzaak van het datalek ligt. In de situatie dat de oorzaak van het datalek niet aan
één of meerdere convenantpartners kan worden toegerekend, dragen alle
convenantpartners in gelijke mate bij aan de kosten. Deze regeling geldt eveneens
voor een boete die de AP oplegt of bij een schadeclaim in verband met schending
van de privacywetgeving.
5. In geval van een (vermoedelijke) inbreuk op de beveiliging treden
convenantpartners met elkaar in overleg over het informeren van politiek
verantwoordelijken en eventuele andere instanties. Indien de situatie zich voordoet
neemt de DIT-coördinator hierin het initiatief.
Artikel 23 Beveiliging en rechtstreekse toegang
1. Convenantpartners zijn ieder afzonderlijk verantwoordelijk voor hun eigen dossiers.
2. Conform artikel 32 AVG respectievelijk artikel 4a Wpg beveiligen convenantpartners
de persoonsgegevens adequaat en treffen daartoe de nodige passende
maatregelen.
3. Deze maatregel betreft in ieder geval beveiligde elektronische uitwisseling van
gegevens, minimaal door encryptie en andere vormen van beveiliging, waarbij
uitlekken van gegevens wordt gesignaleerd en gegevens niet direct leesbaar zijn
voor derden.
4. Convenantpartners verwerken de persoonsgegevens in het kader van dit convenant
uitsluitend binnen het grondgebied van de Europese Economische Ruimte (EER).
Artikel 24 Rechten van de betrokkene
1. De betrokkene kan bij de verantwoordelijke convenantpartners een verzoek
indienen als bedoeld in hoofdstuk III van de AVG.
2. De wijze waarop de betrokkene deze rechten kan uitoefenen is beschreven in
hoofdstuk III van de AVG en in artikel 25 tot en met 28 van de Wpg en deze
bepalingen worden dienovereenkomstig nagekomen.
3. Indien betrokkene een verzoek op basis van Rechten van de betrokkene bij een
convenantpartner indient, welke ziet op politiegegevens, dan zorgt de ontvangende
convenantpartner dat dit verzoek wordt doorgestuurd naar de betreffende partij die
de politiegegevens heeft verstrekt, dit kan een BOA zijn of de politie ter afhandeling
van haar deel. Partijen die gegevens verwerken onder het regime van de Wpg kunnen
een verzoek geheel of gedeeltelijk afwijzen voor zover dat noodzakelijk en evenredig is
ter waarborging van het bepaalde in artikel 27, eerste lid Wpg.
4. Om ervoor te zorgen dat personen en organisaties bekend worden met de
gegevensuitwisseling in het kader van dit samenwerkingsverband wordt dit
convenant door de deelnemende partijen gepubliceerd op hun website en/of op
andere wijze openbaar gemaakt. Daarbij wordt tevens vermeld op welke wijze de
rechten van de betrokkene kunnen worden uitgeoefend.
Artikel 25 Bewaren en verwijderen van opgenomen persoonsgegevens
1. De convenantpartners bewaren persoonsgegevens niet langer dan noodzakelijk is
voor het doel of de doeleinden en voor zover de Archiefwet niet anders bepaalt.
Voor de politie gelden de bewaartermijnen zoals gesteld in de Wpg met
ingangsdatum de dag van eerste verwerking binnen het domein alwaar ze in
oorsprong verwerkt zijn (eerste verwerking).
2. De convenantpartners bewaren geen persoonsgegevens langer, indien benodigd
voor statistische of wetenschappelijke doeleinden worden deze in een niet tot de
betrokkene herleidbare vorm gezet.
Artikel 26 Informatieplicht
Iedere verwerkingsverantwoordelijke is individueel verplicht de betrokkene te informeren
over de verwerking van zijn persoonsgegevens conform het bepaalde in artikel 13 AVG,
tenzij sprake is van een uitzondering zoals genoemd in artikel 14, vijfde lid AVG, dan
wel artikel 41, eerste lid UAVG en met uitzondering van Politiegegevens.
DEEL 5 SLOTBEPALINGEN
Artikel 27 Toetreding, uittreding en opheffing
1. Dit convenant staat open voor toetreding door andere (overheids)instellingen die
dezelfde doelstellingen nastreven als de convenantpartners. De gegadigde partij
Pagina 19 van 23
DIT-convenant 2026–2029
dient daartoe via de DIT-coördinator een schriftelijke aanvraag in om toe te treden
tot dit convenant. Na instemming van alle convenantpartners treedt de nieuwe
partner toe via ondertekening van een addendum bij dit convenant en de hieruit
voortkomende verplichtingen.
2. Convenantpartners zijn gerechtigd om op elk moment gedurende de looptijd van dit
convenant hun deelname eenzijdig te beëindigen door op te zeggen.
3. Opzegging dient schriftelijk te geschieden. De te hanteren opzegtermijn bedraagt
tenminste twee (2) maanden.
4. De opzeggende convenantpartij voldoet tot aan het moment van uittreding aan
(eventuele) bestaande, lopende verplichtingen.
5. Het bestuur van de convenantpartij stuurt van de uittreding een schriftelijke verklaring
aan de convenantpartners.
6. De opzeggende partij zorgt voor onmiddellijke verwijdering van de verkregen
persoonsgegevens binnen een maand na uittreding.
7. Bij uittreding wordt aan dit convenant een addendum toegevoegd.
8. Dit convenant kan met instemming van alle convenantpartners op ieder moment worden
beëindigd.
9. Verplichtingen die naar hun aard bestemd zijn om ook na uittreding of beëindiging
van het convenant voort te duren, blijven na beëindiging van dit convenant bestaan.
Tot deze verplichtingen behoort onder meer de afspraak over geheimhouding,
verwijdering van gegevens zoals bedoeld als in lid 6 en de bij wet opgelegde
geheimhoudingsverplichting.
Artikel 28 Tussentijdse wijziging
1. Tussentijdse wijzigingen of aanvullingen van dit convenant worden door alle
convenantpartners schriftelijk bekrachtigd via het ondertekenen van een addendum.
2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet in geval van toetreden of uittreden van een
convenantpartner.
Artikel 29 Inwerkingtreding en (tussentijdse) evaluatie
1. Dit convenant treedt in werking op de dag dat het door alle convenantpartners is
ondertekend en wordt aangegaan voor een periode die eindigt op 1 januari 2030.
2. Het convenant wordt jaarlijks voorgelegd aan het AVO DIT. Er vindt in elk geval na
twee jaar een evaluatie plaats (2028). Het initiatief daartoe ligt bij de DITcoördinator.
Artikel 30 Geschillen en klachten
1. Partijen proberen bij geschillen in onderling overleg tot een oplossing te komen.
2. Als partijen bij een geschil in onderling overleg niet uitkomen kan een daartoe
bevoegde mediator worden ingeschakeld.
3. Indien er geen oplossing wordt bereikt als bedoeld in het vorige lid, zijn
convenantpartners bevoegd het geschil voor te leggen aan de daartoe bevoegde
rechter binnen het arrondissement Oost-Brabant.
4. Klachten van inwoners of ondernemers over een incident die zien op een gedraging van
een medewerker werkzaam voor een van de convenantpartners, worden afgedaan via
de klachtenprocedure (als bedoeld in hoofdstuk 9 Awb of de regeling klachtbehandeling
politie, politiewet) van de convenantpartner waar de medewerker in dienst is.
5. Indien een klacht van een inwoner of ondernemer niet gaat over de bejegening door een
medewerker van een convenantpartner, dan dient de inwoner of ondernemer de route te
volgen die de desbetreffende convenantpartner waar het incident heeft plaatsgevonden,
heeft opgesteld.
Artikel 31 Toepasselijk recht en citeertitel
1. Op dit convenant is Nederlands recht van toepassing.
2. Dit convenant kan worden aangehaald als “DIT-convenant 2026–2029”.
Artikel 32 Ondertekening
Alle partijen gaan dit convenant aan door gebruikmaking van een eigen ondertekeningsblad.
Deze ondertekeningsbladen zijn als bijlagen 1 tot en met 13 bij dit convenant gevoegd.
